Henk heeft een beetje een rotjaar. 

Het begon allemaal al weinig belovend, toen ik hem vroeg in de lente per ongeluk uit zijn winterslaap schoffelde en met een hoge gil zijn trommelvliezen tot leven bracht. Voor ons beiden een vrij traumatische ervaring, al was dat hem niet aan te zien. Hij bleef bewegingsloos zitten, opende behoedzaam één van zijn bolle, goudbronzen ogen, observeerde door de horizontale pupilspleet de situatie en deed zijn oog langzaam weer dicht.

Toen ikzelf een beetje van de schrik bekomen was, dacht ik, tot zijn grote afgrijzen, een flinke schep prut op zijn kop te moeten smijten in een onnozele poging hem weer in te graven en terug in dromenland te brengen. Henk hield zich een paar minuten dood, alvorens hij bloedchagrijnig zijn logge lijf uit de grond hees, de aarde van zijn hoofd liet glijden en met vermoeide pas opzoek ging naar een uitslaapplek met meer privacy.

Deze lijvige, bruine pad heeft zich jaren geleden in onze tuin gevestigd en ons menig kreetje doen slaken als hij in de zwoele schemering, vlak voor onze blote voeten het terras overstak. Hij werd een vertrouwde tuinbewoner en we doopten hem Henk. De katten snuffelde wel eens aan zijn bultige rug, maar bleven er verder onverschillig onder. De katten wel. 

Onze bordercolliepup daarentegen voelde een paar weken geleden, toen Henk zijn ronde deed, een onbedwingbaar waakinstinct bovendrijven en joeg het wrattige monster de stuipen op het lijf door als een bezetene in zijn gezicht te gaan blaffen. Bij gebrek aan schaap, moest ze vervolgens ook nog haar drijverskunsten op het arme beestje demonstreren. Henk vond het allemaal weinig amusant. Dat deze pup tijdens de dagelijkse wandelingen de gewoonte heeft zich vol passie op elk platgereden paddenlijkje te storten en er bevallig overheen gaat rollebollen, was voor hem ook niet per se een geruststellend gegeven. We hebben Henk wekenlang niet meer gezien.

Tot gisteravond. 

Opeens zag ik hem. Hij stond doodstil onder het tuintafeltje met één poot gestrekt naar achter halverwege een stap, alsof hij de eindpose van een klassieke dans uitbeeldde. Van vreugde begon ik bijna te applaudisseren. Naast mij lag mijn kleuterhondje op een bot te knagen en had nog niks in de gaten. Na enige tijd zag ik Henk even vooruit gaan en meteen weer roerloos stilstaan. Toen begreep ik het. Hij deed geen ballet met mooie poses, maar een soort ‘un-deux-trois-soleil!’ Een ouderwets bewegingsspelletje voor kinderen dat in Nederland ‘Annemaria-koekoek!’ heet. Zodra de gevreesde pup zijn kant op keek, stond hij stil, en als ze even niet oplette deed hij weer een pas. Slimme Henkie.

Hoe behoedzaam ook, het mocht niet baten, ze kreeg hem toch in de gaten. Gelukkig is ons paddenhoedertje inmiddels iets ouder, wijzer en een beetje opgevoed, dus het blaffen liet ze achterwege, ze begon alleen wel fanatiek met haar poot op Henks kop te rammen. Haastig riepen we haar tot de orde en al keek ze ons wat bevreemd aan bij deze onnatuurlijke ontzegging, ze was de beroerdste niet en hield er braaf mee op. Henk heeft een halfuurtje nurks voor een tuinmuurtje gezeten, niet instaat het incident lichtvaardig op te vatten, en pup verloor haar interesse. 

Nu ook ons jongste gezinslid weet dat Henk met respect behandeld dient te worden, hopen we dat het tweede deel van zijn wakkere seizoen iets voorspoediger zal verlopen en dat hij het leven weer een beetje toe gaat lachen. Aan de omstandigheden zal het niet meer liggen, want volgens mij hangt er romantiek in de lucht.

We hebben inmiddels ook Ingrid gesignaleerd.