Indien we ons een beeld willen vormen van de profetie van Petrus in Handelingen 3:19 dan moeten we precies en duidelijk weten wat er bedoeld wordt met de “tijden van verademing”. Ik denk dat “de wedergeboorte” er mee bedoeld wordt zoals het door Christus wordt gezegd in Matteüs 19:28, ‘wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten’. Het is de dag waarop de aarde zal worden veranderd en wel volgens het voorbeeld ‘dat Mijn apostelen op de berg werd getoond’ zegt de Heer in LV 63:21. Het is de dag waarop ‘de aarde zal worden vernieuwd en haar paradijselijke heerlijkheid zal ontvangen’. (Geloofsartikelen 1:10) Het is de dag van de ‘nieuwe aarde’ die Jesaja zag (Jesaja 65:17), de aarde die er zal zijn als de goddeloosheid ophoudt, wanneer het duizendjarig rijk wordt ingeluid. Het is de dag wanneer de mensen ’hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen’(Jesaja 2:4), een dag van algehele vrede en rechtvaardigheid wat een tijdperk van duizend jaar is ‘waarin Christus persoonlijk op aarde zal regeren’. (Geloofsartikelen 1:10.)

In handelingen 3:21 wordt er gesproken over ‘de tijden van de wederoprichting aller dingen. Daar wordt mee bedoeld ‘tijd van herstelling’, een tijd waarin God heeft beloofd alle dingen te zullen herstellen die Hij vanaf de grondlegging der wereld bij monde van al zijn heilige profeten heeft gesproken.

Zo kwam Christus een maal, diende onder de mensen en zette, met zijn zoenoffer en hemelvaart tot de Vader, de kroon op zijn bediening. Hij zal wederkomen, een tweede maal, op een dag van verademing en vernieuwing om persoonlijk op aarde te regeren, wanneer er een periode in de geschiedenis van de aarde wordt ingeluid die de naam “de tijd der wederoprichting aller dingen” draagt. En in die tijd of periode zullen alle belangrijke dingen die God ooit in welke periode van de aarde dan ook gegeven heeft, tot zaligheid, verbetering, zegen, vooruitgang en “stichting”van zijn kinderen, worden hersteld.

Deze herstelling of de bedeling van de volheid der tijden werd voorafgegaan door een heel bijzonder visioen dat een jongeman van nog geen vijftien jaar ontving. Hij ging naar het bos om te bidden en antwoord op zijn vragen over godsdienst te ontvangen. Joseph Smith beschrijft het prachtige visioen dat hij kreeg met de volgende woorden: ‘Ik zag recht boven mijn hoofd een lichtkolom, de helderheid van de zon overtreffend, die geleidelijk neerdaalde tot zij op mij viel. ‘… Toen het licht op mij rustte, zag ik twee Personen, wier glans en heerlijkheid elke beschrijving tarten, boven mij in de lucht staan. Een van Hen sprak tot mij, mij bij de naam noemend, en zei, wijzend op de ander: Dit is mijn geliefde Zoon. Hoor Hem!’ (Geschiedenis van Joseph Smith 1:16–17.) Het visioen heeft aan ons geopenbaard dat God, onze Vader, en Jezus Christus, zijn geliefde Zoon, twee verschillende personen zijn. Ze hebben ieder een lichaam van vlees en beenderen dat is verheerlijkt en vervolmaakt. Daarmee is het eeuwenoude misverstand over het wezen van God uit de wereld geholpen. Geen wonder dat Joseph Smith, toen hij de geloofsartikelen schreef, in de eerste verklaarde: “Wij geloven in God, de eeuwige Vader, en in zijn Zoon, Jezus Christus, en in de Heilige Geest.” (Geloofsartikelen 1:1.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.