Zoals eerder vermeld wordt er aan de zesjescultuur gerefereerd als het voornaamste gevolg van een gebrek aan inzet en motivatie bij studenten en scholieren. Gezien het feit dat ik in het vorige essay motivatie onderhand ruimschoots onderbouwd heb wil ik het nu hebben over inzet. Inzet wil zeggen de tijd, moeite en energie die een bepaalde deelnemer stopt in een gezamenlijk project. Nou is het vaak zo dat de mate van motivatie invloed heeft op de mate van inzet. Dit betreft echter wederom intrinsieke motivatie. Men kan eveneens extrinsiek – dus niet oprecht – gemotiveerd zijn en dezelfde mate van inzet tonen.

 

Het voornaamste voorbeeld van extrinsiek opgelegde motivatie is faalangst. Dit betreft de angst om buiten de boot te vallen, geïsoleerd te raken van de maatschappij, kortom er niet meer bij te horen. Deze angst wordt ons steeds meer aangepraat door de alsmaar verhardende westerse maatschappij, waarin prestatie, status en welvaart de sleutel tot succes vormen. Onze enige drijfveer om te presteren is geld; zo erg dat het een obsessie is geworden. Hoe meer geld, hoe meer welvaart, hoe meer status en geluk. Denkt men. Welvaart is echter wetenschappelijk bewezen niet hetzelfde als welzijn.

 

U vraagt zich af: wat voor samenhang heeft dit met inzet? Ik geloof dat zo’n 70% van de inzet die alle werknemers op de wereld tonen in hun deels extrinsiek geforceerd is – dus niet oprecht en daarom vaak gebrekkig. Dit komt doordat schrikbarend veel mensen ooit een verkeerd beroep hebben gekozen toen ze van de middelbare school afkwamen. Dit heeft verschillende oorzaken, waarvan de twee belangrijkste zijn dat de overheid dusdanig veel druk uitoefent dat ze uit faalangst een vluchtige keuze maken. De tweede oorzaak, die ik zelf aan den lijve ondervonden heb, is de overdreven strenge en zeer subjectieve selectieprocedure van steeds meer opleidingen. Tieners die niet worden toegelaten tot de opleiding waar hun hart daadwerkelijk ligt leidt in de eerste plaats tot een klap op het zelfvertrouwen en worden gedwongen een plan B te kiezen. Een plan B is beter dan helemaal niets, zeggen ze, maar het is geen plan A. Zij kiezen vaak een opleiding die hen inhoudelijk eigenlijk slechts voor een deel of totaal niet boeit. Vervolgens zorgt de invoer van maatregelen als de langstudeerboete er ook nog eens voor dat studenten de tweede keus voortzetten zónder dat ze dit voor de volle honderd procent willen.

 

Het feit dat studenten schijnbaar weinig inzet en dus belangstelling tonen in de gekozen opleiding en denken dat ze met een zesje net zo ver komen als de overijverige student die alleen maar negens haalt en nauwelijks dingen hoeft te herkansen is, gezien het bovenstaande gegeven, in mijn ogen niet zo gek. Sterker nog, ik vind het een volkomen terechte gedachte. Aan het einde van de rit studeert iedere student met hetzelfde diploma af, terwijl toenemende werkloosheid één van de bekendste trends is. Werkgevers maken geen onderscheid in hoe het door hun gewenste papiertje behaald is – áls het maar behaald is. Sterker nog, werkgevers stellen sollicitanten alleen maar op prijs uit angst voor het ultieme nachtmerriescenario: geen winst meer kunnen maken en wegbezuinigd worden.

 

Daarnaast is er maar één groep die beweert dat de student van tegenwoordig lui is; namelijk de zogenaamde hooggeleerden. Ik durf te wedden dat wanneer zij de vraag “Hoe leuk was uw studententijd?”  voorgeschoteld krijgen, ze allen met een bek vol tanden staan. Zij zijn uiteindelijk degenen die op hun tachtigste terugblikken op hun leven en zich afvragen “Heb ik eigenlijk wel genoten van mijn leven?” . Ik ken maar zeer weinig mensen – zo niet helemaal geen – die veel plezier beleven aan hele dagen lang met hun neus in de studieboeken zitten en verder nooit iets avontuurlijks of (ont)spannends doen. Hooggeleerden hebben misschien enorm veel bereikt op academisch en financieel gebied, maar of ze zich daar echt gelukkig bij voelen zet ik enorm mijn vraagtekens bij. Ex-studenten die veel plezier hebben gemaakt – dus veel uit zijn gegaan en/of veel van de wereld hebben gezien –  en op academisch gebied net wat middelmatiger hebben gepresteerd, maar desondanks tóch een enigszins fatsoenlijke baan en een leuk, hecht gezin hebben hóef je niet eens te vragen of ze gelukkig zijn. Het antwoord ligt voor de hand.

 

Daarbij komt ook dat het studenten met name in het huidige politieke klimaat haast onmogelijk gemaakt wordt hun tijd evenredig te verdelen. Het overgrote deel van de studenten woont op kamers, of een andere vorm van huisvesting, met een torenhoge maandelijke huurprijs. Studenten kunnen naast het krappe studiefinancieringsbedrag weliswaar lenen, maar men vergeet dat het totale geleende bedrag na afronding van de studie geheel terugbetaald dient te worden. Dit leidt ertoe dat studenten gedwongen worden minimaal twee of drie dagen in de week een bijbaan te nemen. Doen ze dit niet, dan moeten ze weer bij pa en ma gaan wonen. Dit lijkt geen ramp, maar biedt om verscheidene redenen lang niet voor iedereen uitkomst. Tenslotte gaan werkuren ook ten koste van kostbare studietijd.

 

Hieruit kunnen we concluderen dat de zogenaamde zesjescultuur, dus gebrek aan belangstelling voor de gekozen studie, niet simpelweg met luiheid van doen heeft. Het is het gevolg van een door geld en winst geobsedeerde westerse maatschappij die studenten indoctrineert. Het liefst wil de overheid nog dat iedereen een bètastudie gaat volgen. Als men echter terugkijkt naar Garders schema van de meervoudige intelligenties blijkt dat niet iedereen even sterk is in één bepaald vakgebied. Ook leert elementaire mensenkennis ons dat hoe sterker de stroming, hoe harder de mens ertegenin probeert te zwemmen. Hoe minder vrijheid en toegankelijkheid op het gebied van studiekeuze, hoe meer gebrek aan intrinsieke motivatie en tevens nóg meer afname van prestatie, omdat studenten de kans niet aangereikt krijgen betekenis te geven aan hun leven.

 

Dit kan, vanuit mijn eigen linkse politieke opvattingen geredeneerd, zeer makkelijk opgelost worden door subsidies eerlijker te verdelen en iedere student mee te laten tellen door hen daadwerkelijk – en niet maar gedeeltelijk – de kans te geven zich te ontwikkelen en te ontplooien binnen hun droomterrein. Geef ons studenten daar dan ook daadwerkelijk de tijd voor, zoals ooit beloofd werd, want tot ons 25e zijn onze hersenen nog niet uitontwikkeld. Hiermee bevordert men talent en wordt er tevens een beter academisch rendement behaald.

 

Ik hoop hiermee voor eens en voor altijd de misvatting dat studenten lui zijn van tafel te hebben geveegd en de standaard negatieve blik van zesjescultuur-theoristen enige opheldering te hebben kunnen geven.