De wereld draait met enige regelmaat door, maar er is één minderheid die zich er niets van aan trekt. Die gaan hun eigen weg, denken niet in hokjes en hebben een scherpe blik als het gaat om het verschil te maken tussen niet aardig en aardig zijn. Kinderen.

Oké, in de Pluis minder-tijd kon je nog op straat spelen, papieren pijltjes draaien om die door openstaande ramen te schieten, rolschaatsen en belletje lellen, en dit is een beetje veranderd. Maar in essentie is het kind zijn, niet veranderd.

Nog niet zo lang geleden belde mijn kleinzoon op. Opa, met Bas. Wil je vanmorgen voorlees Opa zijn? In eerste instantie dacht ik nee, aangezien ik als Freelancer allerlei dingen doen moest, maar dit was van zeer korte duur. Maar natuurlijk jongen, leuk. Wanneer en hoe laat? Om vervolgens moeder-dochterlief op de achtergrond te horen: over een uur.

Enfin, agenda door de war en mijn hoofd ook.

Voorlees Opa, een titel die je niet zomaar krijgt. Met het grote griezelbos boek onder de arm ga ik het lawaai aan.

Ik begin te lezen nadat de juf de spelregels hardop verteld heeft. Hoppa, de eerste vinger gaat omhoog. Sientje moet plassen. Hoppa, vingertje twee. Heeft de krokodil een piemel? Opa Pluis krijgt het warm.

Na twintig minuten zit de klus erop. Een kleinzoon die gelukkig is en een Opa die thuis een Deo rolletje nodig heeft om een geurtje naar de achtergrond te verdringen.

Als ik de andere draad weer oppak kijk ik om me heen. Op straat rijden bellende automobilisten, een tuut tuut, achteruit rijdende auto doet ook zijn best en de Gemeente meneer leunt op zijn hark, genietend van zijn sigaretje.

Geen kind te bekennen.

Zou het besef er zijn dat kinderen voorbeelden voor ons alle kunnen zijn? Een beetje ruzie en dan weer goed maken, verdriet hebben en snel herstellen En niet in kleuren denken maar via indrukken en het journaal niet interessant is, maar mieren in de tuin des te meer.

Kinderen die honger hebben hoort niet, kinderen die “geen geld” hebben om bijvoorbeeld te sporten hoort niet en kinderen die om aandacht vragen maar het niet krijgen, hoort ook niet.

Wie maakt zich eigenlijk nog echt druk om een ander kind?

De nieuwkomers sluiten we op en mogen pas een “Nederlands” kindje worden als ze een verblijfstatus krijgen, jeugdzorg kan het opvoeden niet meer aan en kindjes in de rij voor de voedselbank dromen over hele hoge bergen van snoep.

Ik loop naar beneden en zie uit mijn ooghoeken een ventje met zijn handen in de zak met naast zich een skateboard, naar mijn oude motorfiets kijken. Hij ziet me aankomen en zegt: hé, u bent de Opa van Bas. Klopt, zeg ik, en steek de sleutel in het contact. Het ventje skate door en blijft op een afstandje naar me kijken.

Grommend komt het oude monster tot leven onder het genot van een dikke plof met een rookpluis. Helm op, handschoenen aan en ik rij enigszins wat stoerder weg. De motor slaat af en weigert voor een paar seconden, godver.

Het ventje kijkt en blijft kijken. Ik hoor hem denken en zie hem nog steeds een beetje genieten.

Zo zijn kinderen altijd geweest en zo zullen ze altijd zijn. Laat ik het vooral niet vergeten, nooit vergeten. Als voorlees Opa en als de Plus.

 

 

Het grote griezelbos
Aantal stemmen:1 Gemiddeld: 4