Zaterdag. Joop besluit om een poot in mijn gezicht te planten wat een teken is voor, wij moeten eruit. Als ik m’n ogen open doe kijk ik recht tegen het hoofd aan van Joop die op z’n Beagle ’s mij strak aankijkt.

Enfin, het ritueel kan weer beginnen en voordat CC het in de gaten heeft, zijn wij in de benen. Twee aan de lijn en één onder de arm. Deze laatste activiteit is meer een combinatie van leeftijd, pijntjes en een baas die er elke dag er steeds weer intrapt en standaard, meerdere malen per dag de kleinste optilt. Ook een beetje uit eigen belang, want anders ben ik namelijk heel lang onderweg. Om de doodsimpele reden dat de wandelingen, survivaltochten worden. Aangezien de kleine elke openstaande deur beschouwd als zijnde een: kom maar binnen uitnodiging.

Maar goed we zijn op weg naar het “veldje”, maar voor hoelang nog? In N. moet je werkelijk overal voor betalen. Voor lege parkeerplaatsen, speciale vuilniszakken, waarschijnlijk ook voor de Vierdaagse omdat de subsidie onder druk staat en binnenkort voor een bosje bomen die voorzien zal gaan worden van een automaat, waar je een kaartje moet kopen om tegen een boom aan te mogen plassen.

Natuurmonumenten loopt al met het idee rond. De Directeur met z’n communicatie en marketing honger zoekt nieuwe wegen om z’n jaarsalaris een beetje op te krikken. Dus wat heeft Mogli bedacht: wil je een boom zien dan moet je ervoor gaan betalen. Iedereen die geen poen heeft mag bij het Kruitvat een zakje thee met een bos geur gaan kopen, en alle andere mogen de boom wel zien omdat zij zich dit kunnen veroorloven. Hoe maf zijn sommigen.

 

Het is druilerig weer. Er zijn geen mede wandelaars dus we hebben het veld voor ons alleen. Ik geniet van de stilt. Één van de honden gromt en blaft tegen een struik. De fox met de prachtige naam Bumper is met enige regelmaat van het pad af, dus echt opkijken doe ik er niet van. De anderen lopen er ook op af en ik zie twee benen onder de struik vandaan komen, m’n hart gaat als een gek tekeer.

Maar gelukkig, het is Pim maar. Pim is een wat je noemt een uitgekotst type die met enige regelmaat deze titel uitbundig viert, door een paar blikjes bier op z’n eigen gezondheid te drinken. Ik ben me weleens te pletter geschrokken als ik met het laatste avondrondje plotseling achter me hoor: Dag meneer en dat ik tegen een gezicht aankijk waar de levenslijnen een paar centen gekost moeten hebben. Een mooie gozer, die met enige regelmaat in een busje zit omdat er een yup met een oranjebroek en nichtenhondje de Politie belt. En ja, dan is een gratis overnachting met ontbijt de beloning.

Dag meneer, zegt Pim en geeft één van de honden een aai over z’n bol. De staarten gaan heen en weer, zoals je vrienden begroet. Zo jongen goed geslapen. Ja, best Meneer en hij neemt een slokje uit het blikje, keurig afgesloten met een luide boer. Ik moet maandag bij de Rechtbank zijn. Ik heb iemand een klap gegeven. Waarom dat dan vraag ik? In de nachtopvang probeerde zo’n zwarte mijn mondharmonica te jatten, en toen heb ik hem een klap verkocht. Ben ik eruit geflikkerd en heb ik buiten een ruitje ingetrapt. Nou en toen had ik dus wel weer een slaapplaats met ontbijt. Aardige mensen die wouten, maar ik kreeg wel een bon van zestig euro. Maar ja, ik heb geen poen dus moet ik naar de Rechtbank.

Geen uitkering Pim? Nee, meneer en die hoef ik ook niet, al dat gezeur. Hij staat op en doet het plastic snurkzeiltje in z’n tas, geeft nog een aai over een hondenbol en loopt in stilte weg. In stilte, maar een hele andere dan die van ons.

Volgende keer als ik onze Pim weer eens spreek, zal ik hem vertellen dat er wat te verdienen valt. Gewoon in een echt bos gaan slapen. Daar betalen mensen voor, om een bos te mogen zien. En wat is nu mooier dan een echt bos met een zwerver onder een boom. Die je aanraken en fotograferen mag voor een paar euro’s extra. Iets verderop leg je ook een paar niet te plaatsen bejaarden neer, die sprookjes vertellen over vroeger waar de glurende kids geen snars van snappen. Met in de boom een ex Directeur van een Zorgcorporatie die een die een aasgier nadoet. En bij de uitgang een medewerker van Natuurmonumenten, die het ijzeren hek open doet en zijn hand ophoudt voor de broodnodige, fooi. Die kan namelijk goed bedelen.

Dan stuur ik de Gemeente ook een mailtje, omdat die schreven dat ze de Pim-mensen schijnbaar niet kunnen vinden. Nou ik weet waar ze liggen en hoe je ze kunt benaderen. Want Pim-mensen drinken hetzelfde bier als Tulus, dus gewoon een toezichthouder bij de Co-op neerzetten en voilà, hebbes.

Maar ik geloof ook in het geluk van Pim. Hij vindt het wel goed zo. Een beetje slapen, een biertje, een rokertje en gelukkig zijn met de eigen keuze. Pim is niet lastig maar Pim is gewoon, Pim. Hij geniet in stilte en wat ik eigenlijk ook wel zou willen.

Joop draait ze kop nog een keer om, en geeft een Beagle groet naar Pim. En Pim kijkt terug, en geeft Joop de groet van Pim. Ik denk dat het vrienden zijn geworden en we wandelen alle vier in stilte naar huis. Waar zou Joop nu toch aan denken? Ik trek een blikje los en drink in gedachte op Pim.  Zo is Pim en zo zijn wij ook. En vaak in stilte.

Tulus