Soms is het gewoon fijn om het laatste woord te hebben…

Gisteren had ik iets te vieren en vermits ik héél…maar dan ook héél graag eet, is er geen betere plaats dan een lekkere Italiaan (allez, het eten is er toch lekker, de Italiaan zelf ken ik niet).  We waren nog niet zo lang binnen, of alle lichten gingen uit en een taart met bijhorend vuurwerk vond z’n weg naar de grote tafel naast ons waar een gezellige bomma haar ‘k-weet-niet-hoeveelste verjaardag  vierde.  Bomma genoot duidelijk van de aandacht en daarmee was de avond gezellig van start gegaan.  Toen ik nét van mijn sabayon zat te sloeberen, waren de bomma’s eindelijk klaar om van tafel te gaan.    Een van de dames pakte een klein voorwerp dat onopgemerkt naast haar die hele tijd op de bank had gelegen, drukte op een knopje, en in minder dan een seconde tijd ontvouwde het ding zich tot een heuse loopstok.  Het ging razendsnel en daarbij raakte het einde van de stok de ober nét niet op de bulls eye als je snapt wat ik bedoel.  Ik verslikte me bijna in mijn sabayon en proestte het uit van het lachen. Het leek net een scène uit een film die de naam ‘Ninja-grannies’ of zoiet zou kunnen dragen.  “Wauw, dat moet ik later ook hebben!”, zei ik misschien nét iets te luid lachend.  De vriendelijke dame liep op me toe en antwoordde bloedserieus: “Ja, ’t is wel duur, maar ik ben er erg tevreden over.”

Eens thuisgekomen dronken we nog een glaasje en nog steeds zwaar onder de indruk van de futuristische zelfontvouwende loopstok bracht ik het weer ter sprake.  “Dat was nogal een ding hé?  Ik denk dat het zelf in haar handtas zou passen als de handtas groot genoeg zou zijn!”  “Tja”, zei m’n altijd rationele vriend, “zo’n stok is ongeveer negentig centimeter en die stok bestond uit vier delen dus dat ding zou zo’n 22,5 cm groot zijn.”

Vermits het véél te laat was om aan wiskunde te doen had ik geen zin om ook maar voor een milliseconde mijn hersenen wakker te maken om te checken of deze berekening wel correct was en ik wuifde deze late wiskundige inspanning weg met een simpele: “Jaja”  Mijn vriend – die me onderhand al véél te goed kent – merkte dat ik eigenlijk niet aan het luisteren was en antwoordde vragend: “Hoe?  Negentig gedeeld door vier, is dat 22,5?”  Alhoewel dat natuurlijk compleet correct is, voelde ik me betrapt op het feit dat ik zomaar jaja gezegd had.  Ik wou nog steeds niet de geringste inspanning doen om te rekenen en antwoordde als een kip zonder kop: “Ah, neen!”

Oef…, ik had m’n fout rechtgezet!  Nu zou hij denken dat ik erover nagedacht had.  Moest ik een man zijn zou ik nu kunnen zeggen dat hij me bij m’n ‘pietje’ had.  “Hoe?”, vroeg hij met een geveinsde onschuld, genietend van het feit dat hij me klemgezet had.  “Negentig gedeeld door twee is toch 45. Correct?”  Omdat ik al genoeg gezichtsverlies geleden had was ik nu helemaal wakker en was ik wel verplicht om mee te rekenen.  “Natuurlijk!”, zei ik.  “…en 45 gedeeld door twee is toch 22,5?”, zei hij met een grimas op z’n gezicht.  “Wie heeft er hier ooit wiskunde gegeven?”, voegde hij er nog spottend aan toe.

Inderdaad, ik heb ooit nog les wiskunde gegeven in een middelbare school en dat ging écht wel vrij vlot. Natuurlijk is zo’n simpele deling kinderspel en dat maakt het natuurlijk allemaal des te erger.  Grrr… mijnheer zit hier wééral een beetje met mij te spotten en maakt gewoon gebruik van het late uur en mijn ingebouwde luiheid om op dat uur  z’n slag thuis te halen, maar niet met mij.  Ik moest en zou deze keer het laatste  woord hebben! “Dus… concludeerde hij op een meesterachtig toontje, negentig gedeeld door vier is 22,5 mevrouw Elbers.”  “ In principe heb je gelijk”, antwoordde ik pretentieus, “maar alleen als die negentig in vier GELIJKE delen verdeeld wordt!”  Lap!  Die zat! Mijn vriend had geen weerwoord en stond even met de mond vol tanden.  En toen kregen we allebei een aanval van slappe lach.