Ik als student moet een 40-urige werkweek mentaliteit hebben, terwijl ik nog geen enkele leraar, lerares, studieadviseur, studieloopbaanbegeleider, conrector, afdelingscoördinator of mentor heb ontmoet binnen de school waar ik studeer, die
meer dan vier dagen per week of veertig uur per week werkt.
Waarom moeten juist deze mensen mij overtuigen van deze mentaliteit?
De eerste tegenstrijdigheid is een feit.
Daarnaast betaal ik 1800 euro schoolgeld per jaar, waar de kosten van lesmateriaal en studieboeken nog bovenop komen.
Toch ben ik al gewend aan het feit dat leraren en leraressen niet komen opdagen om een les te geven.
De salarissen van deze nalatige ambtenaren worden toch niet van mijn schoolgeld betaald?
Van het schoolgeld, waar mijn vader 55-urige werkweken voor moet trotseren?

De crisis, waar de meeste bedrijven mee te maken hebben en het verplichten van stages voor studenten, is weer zo’n tegenstrijdigheid die voortkomt uit het wijze onderwijs.
Tienduizenden studenten moeten jaarlijks tegelijkertijd stages zien te vinden en het liefst nog bij bedrijven die stagevergoedingen uit keren, maar daarnaast wel het eigen personeel moeten ontslaan uit financiële nood.
Stages worden compleet verzonnen, veel studenten vinden geen geschikte stageplek of studenten haken na twee weken af bij hun stage. In mijn ogen logische gebeurtenissen.
School is vooral bezig met het innen van het jaarlijkse schoolgeld van deze stagiairs.
Schoolgeld tijdens een stageperiode.. Kan het nog tegenstrijdiger?

Een vrijwillige studiereis is ook het vermelden waard als het gaat om tegenstrijdigheid.
Studenten denken dat deze studiereis wordt betaald van het vele schoolgeld dat school jaarlijks int, niets is minder waar, deze studiereis is voor eigen rekening.
In veel gevallen voor de rekening van de ouders van deze studenten.
Tja, leg papa maar is uit dat hij de komende maand 60-urige werkweken moet trotseren. Gelukkig ging het om een ‘vrijwillige’ studiereis, dit gaf een hoop studenten lucht, ‘financiële lucht’ wel te verstaan.
School wist het toch te presteren om ook hier een ironische tegenstrijdigheid van te maken.
Je hoefde niet mee op studiereis, als je dit ook daadwerkelijk niet kon betalen, maar dit moest je dan ook aantonen met bewijsmateriaal zoals een overzicht van je bank transacties. Daarbij maakte school wel de kanttekening dat je natuurlijk ook je ouders kon vragen om een financiële bijdrage voor deze studiereis.
Papa en mama waren al drie jaar niet op vakantie geweest, dus het leek me een beetje apart om hen te vragen of ze mijn ‘vakantie’ wilden sponsoren.
Daarnaast wilde ik me ook niet verlagen tot zo’n hypocriete tegenstrijdigheid waar school zo’n geoliede machine in was geworden in de loop der jaren.

Mensen, het onderwijs is niet goed wijs!