In het Engels hebben ze een prachtig gezegde: “You don’t know what you’ve got, until it’s gone.” Wie dat heeft bedacht, mag van mij de Nobelprijs voor de Waarheid winnen.
Onze auto heeft ons een paar dagen geleden mondeling laten weten dat hij per direct en voor onbepaalde tijd op vakantie gaat. Vervolgens heeft hij zijn biezen gepakt en is zonder pardon en ons perplex achterlatend vertrokken. Nu we in afwachting zijn van zijn terugkeer zijn we voorlopig even teruggeworpen op onze oude vrienden – de fietsen – en onze vage kennis, de bus. Ik vroeg me af waarom we nooit een innige relatie hadden ontwikkeld met de bus…

Vanochtend bedacht ik me dat het eigenlijk wel een verademing is om op de fiets van alles te moeten doen. Het brengt een stuk meer rust en helpt bij het plannen van de dag en bij het stellen van prioriteiten. Waar ik met een auto nog geneigd ben mezelf helemaal gek te maken door boodschapjes te blijven doen, denk ik daar nu wel drie/vier keer over na en heb ik in slechts een paar dagen tijd ontdekt dat ik behoorlijk flexibel ben. Ik heb namelijk een broertje dood aan fietsen. Ja, de heenweg, dat gaat nog wel, maar dan moet je ook nog terug! De hel!

Fietsend naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis voor mijn checks, zo’n 14 kilometer verderop, is me toch echt een brug te ver. Dus herinnerde ik me mijn vage kennis nog en nam de bus. Kijkend naar de bustijden, galmde er ineens een vraag door mijn hoofd die ik al vele malen en in vele vormen heb gehoord: “Als het reizen per auto met jouw visuele beperking een probleem is, waarom ga je dan niet met het openbaar vervoer?”

Kom, denk ik dan op mijn beurt, denk even na! Ik woon in een dorp. Een heel klein dorp. Het is zo klein dat Madurodam er niets mee zou kunnen. We hebben een kerk, drie huizen, een kroeg (katholieke gemeente, hoe kan het ook anders?) en een busdienst. Deze busdienst zorgt ervoor dat er wel één keer per uur een bus vertrekt op de zeer courante tijd van 10 voor half. Dit betekent dat je in principe wel altijd aansluiting hebt met de NS op de hele uren. Maar laten we voor de grap eens kijken hoe dat dan werkt. Verplaatsen met het OV, kinderen wegbrengen en halen én werken. Kortom, reizen met het OV als je iets anders te doen hebt dan in je neus peuteren.

Goed, de kinderdagverblijven en voorschoolse opvang openen hier om half acht hun deuren. Op twee dagen is het overigens zo dat je bij ons niet in het dorp terecht kan, maar een dorp verder moet reizen. Maar goed laten we vooral niet al t dramatisch doen en even de dagen dat het wel kan nader bestuderen. Half acht dus. Dat betekent dat als je in onze hoofdstad werkt, je op zijn vroegst om 10 voor half negen de bus kunt pakken. Dan ben je om negen uur op het station in Hoorn en heb je aanlsuitend de trein van een paar minuten over negen. Op zijn vroegst ben je dan om 09:48 in 020 en dan moet je je nog verplaatsen naar je uiteindelijke plaats van bestemming. Eh…geen optie dus, mits je uiterst flexibele werktijden hebt. Heel lief je partner aankijken of hij dan misschien kan brengen en de opmerkingen van collega’s wil trotseren is dan een alternatief. Dan kun jij de kinderen halen!

Even uitgaande van het allerergste, namelijk dat je om half negen moet beginnen, dan “mag” je hopelijk om vijf uur naar huis. Laten we zeggen dat je dan om een uur of half zes op het station bent en dat de trein echt om 17:39 vertrekt, dan zou je in principe om 18:11 in Hoorn kunnen zijn. Ding, ding, ding! 18:11? 18:11! De opvang sluit om 18:00!! De bus gaat om 18:17 en om 18:40 ben ik dan gearriveerd in Niemendal. Hm, ook geen optie dus, tenzij je om half acht begint, maar dan moet je ook echt om 16:00 weg kunnen, wat in de praktijk in ondersteunende functies als de mijne toch een ding blijkt te zijn en dan mag je ook echt geen vertraging hebben en dan redt je het misschien…als je dan niet je kinderen een dorp verderop moet halen.

Voor mij was de gedachtetrein een Oh ja!-erlebnis. Dáárom was het OV in mijn geval geen optie. Dáárom vind ik het op zijn zachtst gezegd een beetje raar als mensen me vragen waarom ik niet per OV reis, want in die auto heb je toch file? Ja! Maar gek genoeg ben ik toch een stuk flexibeler. Ik ga mijn vriend de auto daarom laten weten dat ik hem keihard nodig heb en dat het me spijt dat ik hem misschien niet altijd heb behandeld zoals hij verdient. Ik beloof plechtig dat ik nooit meer chocolade of croissants zal eten. Van nu af aan, zal hij worden behandeld als koning!