Allen die in dit leven het Melchizedekspriesterschap ontvangen, zijn zoals Alma onderwijst: “Zij waren sedert de grondlegging der wereld wegens hun buitengewone geloof en goede werken, geroepen en voorbereid, volgens de voorkennis Gods; In de eerste plaats werd het hun vrijgelaten om het goede of het kwade te kiezen; omdat zij het goede hebben gekozen en buitengewoon groot geloof oefenden, zijn zij geroepen met een heilige roeping, ja, met die heilige roeping de met en volgens een voorbereidende verlossing van dezulken was bereid”. (Alma 13:3.)
Het priesterschap is het volmaakte plan voor dienstbetoon. Toch is alle dienstbetoon prijzenswaardig want de man die het huis bouwt dat mijn gezin beschermt tegen storm, regen en andere elementen der natuur, verdient mijn dankbaarheid. Ik moet de man die de grond bebouwt voor voedsel voor het onderhoud van mijn lichaam bedanken. Wij zijn voor altijd dank verschuldigd aan de geleerden, de onderzoekers, de bekwame handwerklieden en mecaniciens en de grootindustriëlen voor het vele comfort dat het leven gemakkelijker en prettiger maakt. Grote artiesten bevredigen ons innerlijk verlangen naar de weergave van schoonheid in tedere en lieflijke kunstwerken zoals in muziek, literatuur, schilderwerk of idealen.
Hoe dankbaar zijn wij voor al deze weldaden! Wij aanbidden bijna de moderne geneeskundigen die met veel geduld, bekwaamheid de grote wetenschappelijke kennis verwierven om onze lichamelijke lasten te verlichten, de gebroken beenderen weer te herstellen en ons weer gezond en sterk te maken. Wij vereren deze mensen en eren de helden van onze samenleving, ook wanneer zij niet tot het priesterschap zijn geordend.
Maar naast al deze werkzaamheden is een priesterschapsdrager in de meeste gevallen een betere vader en echtgenoot, dat wil zeggen; indien hij de machten die hem verleend zijn waardeert en benut. Hij presideert zijn gezin met waardigheid en in liefde en zulke huwelijken maken de meeste kans om eeuwig stand te houden.
De man die het priesterschap draagt is in de meeste gevallen een beter burger en buurman. Door het gezag dat hij heeft is hij eigenlijk gedwongen om autoriteit te respecteren. Door zijn aandeel in de regering van God, steunt hij vrijwel elke regering en zijn leven is gewijd aan dienstbetoon. Hij zal in de meeste gevallen een goede naaste zijn en trachten te voorzien in de behoefte van hen die hem omringen.
De priesterschapsdrager heeft kennis en ontwikkeling lief. Hem is geleerd dat ‘de heerlijkheid Gods intelligentie is’, dat ‘de mens niet zalig kan worden in onwetendheid’ en dat kennis macht is. Hem is voorgeschreven waarheid en gerechtigheid te onderwijzen en uit te dragen en hij weet dat hij niet kan onderwijzen tenzij hij leert.
De man die het priesterschap Gods draagt is het kenmerk van daadkracht. Het is niet voldoende om je best te willen doen en dat alleen te zeggen. We móéten ook echt ons best doen. We zullen onze doelen niet verwezenlijken als we niet méér doen dan denken; we moeten echt aan de slag gaan. Als we onze doelstellingen voor ons uit blijven schuiven, verwezenlijken wij ze nooit. Je kan het ook zo zeggen: Als we alleen voor morgen leven, dan zullen de dagen van gisteren en vandaag heel leeg zijn en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.