Een kind dat opgroeit in een gezin waarvan de ouders een getuigenis van het herstelde evangelie hebben en ernaar leven, is rijk gezegend. Zulke ouders begrijpen de verantwoordelijkheid die zij hebben om hun kinderen te leren die dingen te doen die hun blijvende vreugde, succes en geluk zullen brengen en hun zullen helpen zich voor te bereiden op de onsterfelijkheid en het eeuwige leven. De Heer heeft gezegd: “En voorts, voor zoverre ouders kinderen hebben in Zion, of in een van haar georganiseerde ringen, en hun niet de leer van bekering en geloof in Christus, de Zoon van de levende God, leren begrijpen, en geloof in Christus, de Zoon van de levende God, en van de doop en de gave van de Heilige Geest door handoplegging tot vergeving van hun zonden wanneer zij acht jaar oud zijn, dan zal de zonde op het hoofd van de ouders rusten. Want dat zal een wet zijn voor de inwoners van Zion, of in al haar georganiseerde ringen. En zij zullen hun kinderen ook leren bidden en oprecht leren wandelen voor het aangezicht des Heren.” (Zie LV 68:25-28.)

Er is ons geen grotere verantwoordelijkheid, voorrecht of zegening geschonken dan de mogelijkheid om waardige ouders te zijn. Sinds ik volwassen ben, ben ik mijn Hemelse Vader ten zeerste dankbaar geweest dat ik uit eerzame ouders geboren ben, die mij leerden dat ik een geestelijk kind van God was, zoals ik hun sterfelijk kind was en dat zowel God als zijzelf verwachtten dat ik mij Hem en hen waardig zou tonen. Door hun streven altijd te leven volgens de beginselen van het herstelde evangelie, waren zij mij tot voorbeeld. Zij waren eerlijk, eerbaar en in ieder opzicht rechtschapen en verwachtten van mij dat ik het ook zou zijn. Ik wist dat zij wisten dat dat evangelie waar was en dat zij het verlangen hadden en vastbesloten waren de geboden van God na te leven en te gehoorzamen.

Zij verwachtten nooit iets van mij waartoe zij zelf niet bereid waren. Zij verwachtten wel van mij dat ik altijd het goede zou doen, dat ik altijd oprecht voor de Heer zou wandelen, dat ik zo zou leven dat mijn vrienden en kennissen mij zouden vertrouwen, dat ik zedelijk rein zou blijven, de sabbat zou heiligen, het woord van wijsheid stipt zou naleven, mijn tiende en offeranden zou betalen, en regelmatig zou bidden, in de wetenschap dat mijn Vader in de hemel er zou zijn om mijn gebeden te horen en te verhoren en om mij te sterken en te leiden als ik het nodig had. Ik heb altijd geweten dat ik erop kon vertrouwen dat zij het goede zouden doen en dat zij mij en hun naasten op rechtvaardige wijze zouden behandelen.

Welk een voorrecht is het voor een kind om zulke ouders te hebben, waar hij met ieder probleem naar toe kan gaan. Mijn vader, die ook mijn bisschop en mijn beste vriend was tijdens mijn Aaronischepriesterschapsjaren, leerde mij mijn priesterschap te eren. Hij legde de nadruk op de belangrijkheid van het priesterschap en op het bezitten van het gezag om in de naam van Jezus Christus te handelen, het enige volmaakte voorbeeld dat wij dienen te volgen. Als wij kunnen leren zijn grote liefde voor ons te voelen en altijd bedenken dat Hij gestorven is om ons van onze zonden te verlossen, zullen wij altijd willen leven op de manier die Hij onderwezen heeft. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.