Abortus. Baas in eigen buik. Het recht om te leven. Het recht om dood te gaan. Daar heb ik wat mee, dat moge duidelijk zijn. Ik heb jou gedood, ik heb jouw bloed aan mijn handen, jouw leven is door mijn vingers geglipt, dus ik vind dat ik recht van spreken heb. Ik heb het daar moeilijk mee, nog iedere dag. Om dat te rechtvaardigen, niet alleen voor mezelf, maar ook naar jou. Ik kan alleen maar hopen dat jij er vrede mee hebt, dat jij ook vindt dat het de goede beslissing was.

Kwaad. Kwaad kan ik worden op mensen die ongenuanceerde uitspraken doen over dit onderwerp. Het is niet zwart-wit, het is nooit zwart-wit, het is altijd grijs. Of juist gekleurd. En het is persoonlijk, je kunt het niet over één goddelijke kam scheren. Je kunt geen allesomvattend oordeel hebben. Zelfs niet als je God bent of voor God speelt. Kwaad kan ik worden op uilskuikens als Kees van der Staaij. En ook op Todd Akin.

Beide heren kwamen deze week in het nieuws. Kees van der Staaij is lijsttrekker van de SGP, een uiterst dubieus christen-extremistisch partijtje. Hij is een fervent tegenstander van abortus, zelfs wanneer de zwangerschap is ontstaan door een verkrachting of incest. Todd Akin is een Amerikaans politicus (uiteraard een Republikein) die deze week riep dat de kans op een zwangerschap na een verkrachting heel klein is. Hij verwees hierbij naar een Amerikaans onderzoek en stelde dat als het om verkrachting gaat ‘het vrouwenlichaam manieren heeft om dat hele ding uit te schakelen’.

Stoom kwam uit mijn oren, een blinde vlek voor mijn ogen schuim stond op mijn kaken en een kwijldraad liep langs mijn kin. Als ik zin had, dan was ik buiten zinnen. Voor even de stier op de bekende rode lap. Niet dat de lap persé rood hoeft te zijn, want een stier is zo kleurenblind als een kip zonder kop. Dank jullie wel, Kees en Todd. Dank jullie wel voor jullie ongezouten en godsgeklaagde mening.  Dank jullie wel dat jullie menen met de bijbel in jullie hand een mening te mogen verkondigen.

Ik moet weer kalmeren, rustig worden, diep ademhalen. Even wat feiten op een rij. Volgens het CBS werdenvorig jaar vijftienhonderdentachtig vrouwen verkracht, waarvan er honderdenelf zwanger raakten. Dat is zo’n zeven procent, iets lager dan de kans op een zwangerschap bij een normale vrijpartij. Maar als je er rekening mee houdt dat ook veel vrouwen aan geboortebeperking doen, is het wellicht juist weer hoog. De helft van deze vrouwen koos voor abortus, een vijfde kreeg een miskraam en een derde bracht een kind ter wereld. Daarvan deed een aantal vrouwen na de geboorte afstand door middel van adoptie.

Stel je eens voor, vorig jaar is er een aantal kinderen geboren waarvan de papa een verkrachter is, een papa die zij waarschijnlijk nooit zullen kennen. Zou de verkrachte mama dat aan hun vertellen? Of houdt zij dat voor altjid geheim? Hoe kijkt de verkrachte mama naar zo’n kind? Ziet zij voor altijd in hun ogen de ogen van haar verkrachter? Dat vraag ik mij af. Hoe zou het zijn als je weet dat je papa een verkrachter is, dat je door een verkrachting verwekt bent? Kun je daar mee leven? Hoe geef je dat een plek? Hoe rechtvaardig je dat?

Ik pleit voor het recht van het ongeboren kind om geaborteerd te worden, zeker als je papa een verkrachter is.