Ergens in Nederland op een bankje in de zon. Daar zit ze. Ze leest een boek en kijkt niet op als ik naast haar ga zitten. Het is een oud boek, de pagina’s zijn al vergeeld. Misschien hebben anderen het al gelezen en heeft de zon haar werk gedaan. Of misschien heeft het jaren in de kast gestaan en daar staan vergelen. Ik kijk schalks opzij en zie dat de titel van het boek ‘Kies voor het Geluk’ is.

Kies voor het geluk. Alsof geluk iets is, waarvoor je kunt kiezen. Alsof het op de grond ligt en je het op kunt rapen. Geluk is meer dan een klavertje vier dat je kunt plukken, geluk is meer dan gras onder je voeten, dan een kaarsje branden. Geluk komt niet zomaar op je pad, je hebt het niet voor het kiezen. De Duvel schijt op de grote hoop en deelt hier en daar wat geluk uit. Of was dat God?

Ze ziet er niet gelukkig uit, dit meisje. Ze kan niet ouder dan twintig jaar en ze is niet gelukkig. Dat zie ik duidelijk, terwijl ik mijn saucijzenbroodjes weghap, van die broodjes die je niet zonder geluid kunt eten. Mijn mond maakt smakkende geluiden, die ik probeer te verbergen. Ik wil voor haar verborgen houden dat ik zit te eten, terwijl zijn de afweging maakt of ze gelukkig zal zijn of niet.

Ik sta op en zeg tegen haar: ‘En heb je al gekozen?’. Meer niet. Ze kijkt op uit haar boek. In haar ogen zie ik dat ze geschrokken is. Help, er praat een oudere meneer tegen me. Er praat iemand tegen me. Ze lacht verlegen: ‘Nee, ik ben nog maar net begonnen.’ Dat was het, meer hebben we niet tegen elkaar gezegd. Van een afstandje kijk ik nog even naar haar. Wat zal ze kiezen? Voor geluk of voor ongeluk? Dan draai ik me om. Ik zal het nooit weten, ik hoop het maar.

Twee mensen kennen elkaar al heel lang. Ze hebben een relatie, die eigenlijk geen relatie meer is. Dat weten ze, daar hebben ze over gepraat. Het ging even goed, heel even maar. Heel even hadden ze het gevoel alsof het weer vroeger was. Maar nu praten ze niet meer. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Dat denken ze.

Ze hebben het nog wel geprobeerd. Praten, zelfs met een relatietherapeut. Dat was nog eens wat, de goede man probeerde het wel, met zijn systeemtherapie. Maar hun systeem was gebaseerd op zwijgen. Twee oude, zwijgzame rotsen die al jarenlang naast elkaar stonden. Onwrikbaar, onvermurwbaar. Getaand door de tand des tijds, maar nog steeds sterk.

Maar zo is het ook goed, zo kunnen ze ook oud worden. Dat is prima. Ze hoeven niet te praten. Ze kunnen ook gewoon zwijgzaam naast elkaar leven. Misschien is dat wel beter ook. Wat heeft praten voor zin als de woorden op zijn? Als er niets meer te zeggen is? Misschien word je van zwijgen wel veel gelukkiger. Misschien is dat het, misschien moet er meer gezwegen worden.

De ene, het meisje, is nog maar net begonnen. De andere twee, twee oude mensen, zijn al bjina klaar met hun leven. Zij weet nog niet of ze wel gelukkig wil worden, of ze wel wil kiezen voor het geluk. En de andere twee hebben wel gekozen, ze hebben gekozen om te zwijgen en dat maakt ze gelukkig.