Eergisteren heb ik me echt aan het halen van een topprestatie gewaagd. Ik ben een atleet gespecialiseerd in het lopen van lange afstanden, maar dit was echt een uitdaging. Een spint van ongeveer 150 meter zonder bochten, zonder bomen, zonder spikes, zonder sportkleding. Maar met allerlei obstakels. Obstakels die wij niet op de atletiekbaan hebben, en zeker niet in wegwedstrijden. Met een tijdklok die elk moment weg kon rijden was de druk groot. En bekijks had ik ook nog eens een keer. Drommen mensen, ze waren alleen vergeten de dranghekken neer te zetten en in plaats daarvan stonden er horden op het parcours. De meeste waren langer dan 1.70 lang. Laat ik nu net 1.63 lang zijn. Ook waren sommige zo breed, daar kon ik in de lengte in. 

Het startsein kwam, de deurtjes gingen open, ik zette  gelijk de eerste meters al aan. Stamp, stamp deden mijn voeten, weinig demping in mijn simpele schoentjes. Bonk, bonk doet mijn tas waar ook mijn laptop nog in zat. En ik hijgde. Mijn tas ging van links naar rechts, mijn armen van voor naar achter, en mijn benen waren opzoek naar de bus. Secondewerk. En het ging gelijk al mis, een grote horde ging vlak voor mijn neus het parcours over. Tijd om erover na te denken had ik niet. Nu een paar horden die er pontificaal voor gingen staan. Ook leuk. Interessant om te zien hoe horden verschuiven, ik baande mijn eigen weg. Achter me hoor ik vloeken. Weer kwam er een horde aan, net te laat. BAM, ik voelde mijn lijf trillen, ik zie de grond en de lucht op en neer gaan, en ik rook een hevige mannenzweetlucht. Hm, de horde was sterker dan mijn brute kracht. De tijd tikte maar door, dus ik moest doorlopen. Eindelijk bij de bus! Ik stapte de bus. De buschauffeur was live getuigen van mijn topsprint waar zelfs Usain Bolt moeite voor zou moeten doen. 

Blijkbaar is de buschauffeur geen sportkenner, geen sportliefhebber en minder begaan met de sportieve mens. Echter het eerste wat hij deed, was mij keihard uitlachen… Ik wenste meneer maar een goede middag en ik zocht een plek uit.