Tjonge, jonge jonge. Stelen loont schijnbaar als nooit tevoren. Graaien, grijpen, pikken, jatten, stelen geeft het een naam en het is de juiste naam.

Soms ook een beetje met een glimlach op mijn mond. Ik lees vandaag dat er een heer aangehouden is in Nijmegen en in het bezit was van een aantal fietszadels en een steeksleutel. Nu is Nijmegen een studentenstad bij uitstek waar de fiets rijdend weggezet wordt en bij het wegrijden niet wordt opgestapt, maar er een soort ik-heb-je-sprong wordt gedaan. En als je niet oplet met je zatte kop, dan is het fijn dat Nijmegen ook een Universitair ziekenhuis heeft. Auw!

Maar alle gekheid op een stokje. Het toe-eigenen zonder te vragen neemt toe. Nu moet ik bekennen als kind dat ik bij de Melkboer in ons dorp ook wel eens lege melkflessen gestolen heb die achter op het plaatsje stonden. Om ze vervolgens met een echte dievenkop aan de voorkant van de winkel weer in te leveren, om na een paas seconden een gulden rijker te zijn aan gekregen statiegeld.

En net als je denkt: handel, loop ik de winkel in, met in mijn armen vier lege flessen waar op dat moment ook mijn moeder in de winkel stond. Een klein Indisch vrouwtje die in staat was om A. met een sandaal je kop te raken ongeacht de enorme afstand tussen mij en haar. B. Rex de Boxer zodanig te imponeren dat zitten zonder commando geen enkel probleem was en C. mijn moeder een vliegensvlugge linker had waar Mohammed Ali nog een puntje aan kon zuigen. Een blik, een arm als een slang in de aanval en tussen een duim en wijsvinger zat een oorlel, die van mij om misverstanden te voorkomen. Nee, stelen was uit den Boze!

Maar nu is het toch anders.

Zondagmiddag. Ik loop ons rondje en moet een lange trap naar beneden, op weg naar de groene Nijmeegse drollenbak. Boven aan de trap zitten zes jochies te chillen, een telefoon te bestuderen en geen millimeter opschuivend. Schatting: een jaar of 12 13, 14. Nu ben ik niet echt groot maar ook niet echt klein en een enorme kinder-puistjes vriend.

En op mijn vriendelijke vraag of wij er door mogen, zie ik plotseling 5 witte en 1 zwart gezicht(je). Sorry meneer, we hadden u niet gezien! Ik worstel me er langs, de vrij wereld tegemoet. En het voordeel van een hond is helder: als je heen gaat dan ga je ook vaak dezelfde weg weer terug.

En jawel de hangers, zitten er nog steeds. Nu zien ze me wel, en twee staan er op om ons door te laten.

Zeg meneer, kunt u ons helpen? Zou u voor ons naar de coffeeshop willen gaan om een jointje te scoren. We hebben geld en zie een briefje van 50 euro het zonlicht aanschouwen.

Ik sta stil en vraag: hoe kom jij aan dat geld? Van m’n vader en moeder gekregen. Die zijn op cursus en ik slaap bij Oma. Kon ik wat te snoepen halen.

Nu probeer de relatie te ontdekken tussen mijn definitie van snoepen en zijn definitie, maar het lukt mij niet.

Nee, dat ga ik niet doen zeg ik serieus. Sorry, maar volgens mij zijn jullie te jong voor het roken van jointje. Ja bijdehandje, zegt een andere ventje: dat weten wij ook wel anders hadden we het niet gevraagd. En bedankt denk ik, en loop verder.

Jong, geld, verveling, jokkenbrokken, te weinig aandacht en een lieve Oma die denkt dat zij een vrolijke kleinzoon heeft die aan het voetballen is. Schattig of niet? Ik hoop wel dat pappa en mamma slagen voor de cursus want het leven gaat wel verder, net zoals de tophypotheek.

Stelen heeft toch wel verschillende vormen van uitleg. Je hebt de Wet en je hebt het leven.

Stel dat ik eten steel omdat m’n kinderen honger hebben. Dus niet voor mij, maar voor m’n kinderen. Dan ben ik volgens de wet een dief. Klopt. Maar als ik nu steel van m’n eigen kind. En ik steel de tijd, aandacht, liefde en de genegenheid en koop het af met 50 euro. Dan ben ik volgens de wet geen dief maar loop ik wel de kans dat m’n kind een dief in wording is.

Immers, de barse realiteit en de behoefte van een kind naar de ouder, worden gecompenseerd met een ruilmiddel. Dus een kind gaat ook weer ruilen. De honger blijft en er is ook een blijvende behoefte aan ruilmiddelen. Dan is de weg erg kort, van krijgen naar pakken. En dit laatste woord kan dan weer stelen gaan heten, of niet?

 

Volgens mij moet de Politie zich af en toe te pletter lachen en janken tegelijk. Ook zij respecteren de wet en handhaven die vanuit hun professionaliteit. Maar het kan haast niet anders dan dat onder de Pet, toch wel eens een piepje klinkt als ze achtergronden (aan)horen, maar niets kunnen en mogen doen. Nu zijn het niet altijd mijn vrienden omdat ik toevallig een keer te hard rij of rood en groen nog wel eens door elkaar haal, maar als buitenstaander lees ik wat die “blauwen” allemaal voor hun kiezen krijgen, dan ben ik er niet jaloers op met name vanuit de invalshoek van de machteloosheid.

Dus ga ik als freelancer maar een open sollicitatie naar Oom Opstelten schrijven:

-Beste Oom,

Ik wil graag bij de pliesie. Ben voor de duvel niet bang en kan heeel erg boos kijken. Ben lichamelijk in topconditie en geestelijk ook een beetje. Heb een motorrijbewijs, dus misschien kan ik beginnen door op zo’n dikke Duitser ook door Nijmegen heen te scheuren. Fietsen kan ik niet zo goed en hardlopen haat ik. Op z’n minst schrijf ik 25 bekeuringen per dag uit en ga elke vrijdagmiddag achter een pilaar voor het Gemeentehuis staan. Want ik weet uit betrouwbare bron dat er één maal in de twee weken een receptie is en aan het einde van het jaar een enorme, belastinggeld-drankorgie. Kassa, komt goed. Ik spreek Nederlands, Papiamento, Frans, Engels, en Maleis, wat weer handig is als ik de toeristen, als grap, vertel dat de Vierdaagse in Arnhem gehouden wordt. U leest, humor is mij niet geheel vreemd.

Beste Oom, ik hoop wel wat van u te horen net zoals van de bekeuringen die ik te vaak van u krijg. En over het geld?. Maakt u zich geen zorgen, ik ben betaal en onbetaalbaar maar dit regelen we wel onder een borrel met elkaar, sociaal ben ik dus ook. Daarnaast, ik ben een enorme fan van Flikken in Maastricht en Opsporing Verzocht, dus ik weet al best veel over hoe het in echt is.

Heel veel groetjes

De Pluis

PS: Ik heb schoenmaat 42 en krijg het een beetje benauwd van een stropdas. We pakken de dieven. Tot snel

PS 1: en ik discrimineer niet. Nou ja een beetje misschien, maar dit ligt aan die dikkop op vier hoog. Ik sluit hem wel op, komt ook goed.

 

 

De Pluis