Blijkbaar had een lid van de kerk in Korinte zijn stiefmoeder gehuwd, (1 Korintiërs 5:1-3) Dergelijke huwelijken waren volgens de wet van Mozes verboden op straffe van “excommunicatie”. (Leviticus 18:6-8, 29.) Paulus onderschrijft het verbod van Mozes, beschrijft de ongeoorloofde geslachtsgemeenschappan die uit dergelijke verbintenissen als overspel en ontucht voortvloeiden, veroordeeld zijn broederen te Korinte wegens het door de vingers zien van de overtreding en beveelt de excommunicatie van de overtreder. Indien de zondaar in de kerk zou blijven, zo redeneert Paulus, zou zijn invloed zich als zuurdeeg door de gehele kerk verspreiden.

De betekenis van 1 Korintiërs 7:9: ‘Want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden’ is niet helemaal duidelijk. Het Griekse woord dat de bewerkers van de nieuwe vertaling met “branden” hebben vertaald is een passieve onbepaalde wijs, die het idee van “in hartstocht, begeerte of woede ontstoken zijn” weergeeft. De door de profeet Joseph Smith geschreven geïnspireerde versie is zelfs nog duidelijker dan de nieuwe vertaling: “Maar indien zij zich niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen. Want het is beter te trouwen dan dat iemand zonde zou begaan”.

De mens die zijn proeftijd goed doorstaat en getrouw is, en door het bloed van Christus van zonde is verlost door de verordening van het evangelie, en verhoging in het koninkrijk Gods verkrijgt, is groter dan de engelen, en indien u dit mocht betwijfelen lees dan eens in uw Bijbel, want daarin staat geschreven dat de heiligen ‘de engelen oordelen zullen’ (1 Korintiërs 6:3) en ook dat zij ‘de wereld oordelen zullen’ (1 Korintiërs 6:2) en Waarom? Omdat de herrezen, rechtvaardige mens verder gevorderd is dan de voorsterfelijke en onbelichaamde geesten, en dat hij hen voorbij gestreefd is, daar hij evenals Christus een geest en een lichaam heeft, het graf en de dood heeft overwonnen en macht heeft over de dood en satan. Hij is feitelijk over gegaan van de staat der engelen tot de staat van een God.

Paulus zegt dat er goden in menigten en heren in menigten zijn. (1 Korintiërs 8:5.) Ik wil dit op een duidelijke en simpele manier uiteenzetten. Voor ons is er maar één God en dat is de allerhoogste God en Hij alleen is voor ons belangrijk. Gij weet en ik getuig, dat Paulus met ‘en werkelijk zijn er goden in menigte’ geen heidense goden bedoelde. Als je namelijk geloofd in God én in zijn Zoon Jezus Christus dan geloof je al in twee Goden want ze zijn allebei God. Om een lang verhaal kort te maken. God wil dat al zijn kinderen eens kunnen worden zoals Hij is. Met andere woorden. Als ik goed mijn best blijft doen in het; in liefde leren, werken en houden aan de verordeningen en geboden die ik met hem Heb gesloten dan kan ik, in de toekomst net als Hij, in het celestiale koninkrijk een God zijn. Ik weet niet in hoeveel gevallen dit reeds is geslaagd dus weet ik ook niet hoeveel Goden er nu inmiddels zijn. Is dit geen prachtig toekomstperspectief dat ik samen met mijn lieve vrouw dat kan worden? Hoe ouder ik wordt des te mooier wordt dat perspectief. Hier word ik nou echt intens gelukkig van en ik krijg er tranen van in mijn ogen.

Ik aanbid slechts een God en dat is de allerhoogste God en die aanbid ik in naam van Jezus Christus. Al die andere Goden zijn er wel maar ik ken ze niet en dat schijnt op dit moment ook niet te hoeven en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.