In de supermarkt is het een drukte van jewelste. Een prachtige afspiegeling van de maatschappij die allemaal druk in de weer zijn met het inslaan van eten en drinken.

Ik dus ook, en wandel net zoals als mijn tijdelijke bondgenoten de faire les magasins. Zonder TomTom, allemaal achter elkaar, netjes en rustig. Het kan dus wel.

Het is ongelooflijk wat voor een keuze mogelijkheden er zijn als het gaat om het eten en drinken. Prachtige kleuren, verschillende vormen, ieder zijn geur en de toppers op oog hoogte, klaar om gepakt te worden.

De Pluis moet altijd bukken, want helemaal onderaan staan de naamlozen uitgestald. En aangezien ik geen ruk geef om “merken” moet je dus door de knieën.

De 50 cent kar is geladen, en de hele handel kieper ik uiteindelijk in de bus. Weer een dag gevuld, zal ik maar zeggen.

Thuis aangekomen kieper ik voor de tweede keer de boodschappen over in kasten die al dan niet met ijs zijn gevuld, en gooi oude meuk weg die ver over de houdbaarheidsdatum heen zijn. En met ver bedoel ik ook ver, want de Pluis is geen verspiller. Want de honden zijn prima voorbeelden van een natuurlijke kringloop.

Enfin, vandaag op weg naar de voedselbank in de Ontmoetingskerk om ouders/verzorgers proberen te bereiken voor deelname aan mijn sportproject.

Nu kom ik alleen in kerk als er één het loodje gelegd heeft of denkt dat trouwen een bezegeling van de ware liefde is, dus is het voor mij een bijzondere stap.

Eenmaal aangekomen bij de Kerk eerst maar een euro in de ijzeren paal geduwd, want schijnbaar heeft onze lieve heer besloten dat je eerst moet dokken voordat je in gesprek met hem kunt gaan of wellicht ontmoeten. De beste man heeft vooruitziende blik, want in de zorg gebeurt het ook al een tijdje.

De kerk is geen kerk zoals ik mijzelf heb voorgesteld. Een beetje de mix tussen woning en flat. Een belletje kondigt mijn bezoek aan, en kom in een ruimte terecht waar een vijftal dames aan een tafeltje al koffie slurpend, gezellig staan te kletsen.

Ik kijk eens wat rond totdat ik op aarde terug kom. Kan ik u helpen, zegt één van de dames tegen mij. Ik ben op zoek naar de Voedselbank. Hebt u een kaart van de Gemeente bij U, is de volgende vraag. Ehh, nee, zeg ik. Dan moet u eerst naar de Gemeente, krijg ik te horen. De handjes in de zij, zijn gratis.

Nee zeg ik, ben op zoek naar de coördinator. Vier wijzende handen naar links, zijn de antwoorden. Ik volg gedwee de commando’s en beland in een andere ruimte.

Wat een drukte. Kinderen, volwassenen, ouderen alles wat leeft loopt hier rond. Plastic zakken worden volgestopt en mobieltjes gaan constant af.

Hé, zijn er geen kadetjes? Dit brood lust ik niet, is de prachtige zin richting een jongedame. Nee, dit is wat er is. Wat een klotenzooi is het antwoord, en het inpakken gaat in stilte verder. Een vrouw komt binnen met achter zich aan een stuk of zes kinderen. Ze kijkt leeg en de kinderen ook. Even krijgen de kinderogen glans als blijkt dat er een snoep medaille in het pakket zit. Nummer 1 staat er op en hangt een paar seconden later om de nekjes van de kinderen. Even niet aan eten denken, vermoed ik.

Dag ik ben Jan de coördinator. Aardige gozer, die mij de weg wijst om binnen de organisatie de juiste vrouw te spreken. Ik wil namelijk een flyer in de voedselbakken krijgen om mensen te bereiken.

We hebben het druk zegt Jan en het wordt steeds drukker. We krijgen ook steeds meer te maken met agressie en dit is best lastig en soms ook angstig. Wij merken ook dat er bezuinigd wordt op de medicijnen, op begeleiding en aandacht. Hij kijkt me met trieste ogen aan en heb binnen een paar seconden enorme bewondering voor hem. Wat een kanjer.

 

11.00 Uur. Ik loop alweer in een supermarkt want ik heb geen vloeitjes meer voor mijn rokertjes. Dus hatsaflats in de bus, en gaan met die banaan, on the road again.

Voor mij staan een vader n moeder te bellen. De vader beëindigd zijn gesprek, want de boodschappen moeten de band op.Vanavond zeker een feestje, gezien de vulling van de kar.

Een dreinend kind trekt aan zijn arm. Ik wil cola, ik wil cola. Paps gaat stoïcijns met zijn werk verder en ma hangt nu ook op. Rustig Julian, je mag straks iets uit de automaat trekken, je weet wel dan krijg je een leuk speelgoedje.

Julian, stopt met zeuren hij verstaat de taal van het verwennen. Julian is een slimme jongen die nu al weet hoe je moet onderhandelen met paps en mams. Ik zeur, ik krijg en ik stop. Misschien moet Julian voor even een Opa Jan krijgen! Of een gezellige draai om z’n oren, maar ik ben gelukkig z’n opa niet.

De telefoons gaan weer over. De 2 fase van zeuren is aangebroken. Ben benieuwd.

 

De Pluis

ik heb honger………..
Stem op deze column!