Ik wil gewoon heel graag de beste in alles zijn. Daar herinner ik mijn vrienden dan ook met enige regelmaat aan, zodat ze niet in de verleiding komen mij per ongeluk te overtreffen. Maar soms luisteren ze niet. Zo dacht ik bijvoorbeeld altijd dat ik de allerbeste was in het snelste lezen van boeken.

Een roodharige vriend, die vrij recent is toegevoegd aan mijn netwerk, was nog niet op de hoogte van mijn groundrules. Deze zijn eenvoudig. Ik ben een simpel vrouw; koester slechts twee idealen. Mijn niet-voorbijstreef-regel is minstens even belangrijk als de volgende: als ik aan de macht kom, worden klittenbandschoenen ingevoerd. Niet alleen ingevoerd, maar ook voor iedereen opgelegd. Naast het heerlijke ik-wil-buitenspelen-en-voetballen gevoel wat in de mens omhoog borrelt na het ontklitten van de klittenband schoenen, bespaart het dragen van dit schoeisel zeeën van tijd. Eindelijk hoeven we onze kinderen niet meer dood te gooien met de ‘zo-strik-ik-veters’ boekjes, waar onze gehele kinderbijslag zich voor mag opofferen. Ook behoeden we onze kinderen voor jaren lange pesterijen door het welbekende geen-veters-kunnen-strikken-probleem.

Terug naar mijn roodharige vriend. Een jongen die, nadat hij kermend uit de baarmoeder plopte, Tijn is genoemd. Hierbij wil ik even duidelijk maken dat ik hier geen enkele zeggenschap in heb gehad en zodoende op geen enkele manier verantwoordelijk kan worden gesteld voor dit feit. Welnu, een aantal vrienden en ik hebben dit schepsel tot ‘Mandarijn’ gedoopt. Dit simpelweg omdat zijn haar feloranje is. En deze jongen wonderschone rondingen bezit. Kortom: een bijnaam die hem op het lijf geschreven is, al zeg ik het zelf.

Mandarijn en ik ondernemen graag allerlei activiteiten. Van dansend over straat lopen in elkaars kleren, tot het verkopen van perenijsjes op skeelers. Bijna alles met hem is jolly good fun, maar er is één eigenschap van hem die mij totaal de keel uithangt. Soms wil ik hem dan zo hard knijpen, dat hij gilt als een hysterische zuigeling. Maar dat durf ik niet. Want hij heeft wel rood haar. En je weet het maar nooit met die roodharigen. Soms word ik zelfs zo boos dat ik mezelf in mootjes wil hakken en in de gracht deponeren in een boterhamzakje. Maar ik weet niet hoe dit moet.*

We waren al weken dikke vriendjes toen ik deze kwalijke eigenschap ontdekte. We zaten op een bankje in het park. Ik schuilde onder zijn regenjas, die hij losjes over mijn hoofd had gedrapeerd. Putlucht. Ik was verzonken in een boek van Margriet de Moor en hij las over mijn schouder mee. Dit voelde ik door de snelle beweging van zijn kloppende halsader, die hevig wordt aangespannen als de zenuwtic in zijn oog weer eens opspeelt. Ik word altijd enigszins onrustig als mensen over mijn schouder meelezen. Ditmaal terecht, want telkens als ik pas op de helft van de bladzijde was, hoorde ik hem (nauwelijks hoorbaar) geërgerd zuchten. Even om duidelijk te maken wie hier ‘de man’ was, dacht ik terwijl ik rood aanliep. Kende hij mijn gouden regel niet? Ben je een snellere lezer dan Tirza? Dan heb je een probleem. Een probleem dat misschien wel zal escaleren in iets met een boterhamzakje en de gracht.

*Tips? Stuur ze naar: [email protected]