De Pluis doet een stap in de toekomst. Nou ja, een beetje dan. Mijn oude Nokia is niet meer en heb van CC een Samsung (te leen?) gekregen.

Zonder uit frustratie iets kapot te maken heb ik geheel zelfstandig het simkaartje omgewisseld en Sammie aan de praat gekregen. Nu nog de pincode. Eens denken, in de dekenkist? Nee, in de keukenlade, ook niet. Waarom ruim ik het niet op, waarom kan ik dit soort zaken nauwelijks meer terugvinden. Rustig, rustig even zitten en een sigaretje roken. Ah, het licht! Bovenop de kast in één van de rommelbakken, bingo. Het papiertje is een beetje vettig wat komt door de oude frituurpan die er naast staat, maar de vrijheid is nabij. 1655 en warempel ik ben getuige van een schouwspel waar ik zelf debet aan ben. Een echte veegtelefoon, prachtig!

Achter de oude schrijf en denktafel druk ik op van alles en nog wat. Een deuntje uit de serie van Kapitein Zeppos, een bewegende achtergrond, grote letters cijfers en een formaat waar ik U tegen zeg. Ik geniet als een kind in een speelgoedwinkel.

Nu heb ik een WIFI als vaste huisvriendin maar dat gaat niet lukken. Indrukken, codes maar geblokkeerd, geblokkeerd krijg ik te lezen. Maar niet getreurd, zoonlief gebeld en mijn probleem aan hem voorgelegd. Ik hoor een zucht en hij zegt tegen me: ik kom morgen koffie drinken. Hij bedoelt te zeggen: nee hé, die ouwe heeft weer wat aangeschaft waar hij na een tijdje toch niet mee uit de voeten kan. De Lieverd, mijn zoon!

De telefoon gaat. Kapitein Zeppos roept me. Hallo, het is m’n dochter die letterlijk de weg kwijt is in de grote stad. Als een echt pap-navigator loods ik haar naar de bestemming en na een groet, druk ik op het neptoetsje en voilà, einde gesprek. Laat vervolgens bijna het toestel uit m’n vingers glippen omdat alles glad en vierkant is. Maar als een oude kat herstel ik mijn haperende motorriek en redt Sam’s prille leven.

Ik ga oefenen. Loop met een kromme nek door de m’n kamer en probeer al lopend allerlei dingen te lezen en in te drukken. Achtervolgd door drie honden die denken dat ze uit gaan. Het moet ongetwijfeld een raar gezicht zijn als iemand op mijn manier door een woonkamer rondjes loopt. Ik loop een plant omver en trap Bumper op z’n toch al tere voorpootje, die als dank een gil geeft. Dat lopen en bellen gaat toch niet zo makkelijk als ik dacht, maar dit komt vast goed. Kost tijd, schat ik in. Ga weer achter de tafel zitten om mijn eigen Olympische sport te beoefenen: het vegen. Ik veeg en met een werkelijk schitterende boog komt Sammie op de kop van Joop de Beagle terecht. Die gromt op z’n Joop’s en geeft een hondenblik, waar de alom bekende fluisteraar rode vlekken van in z’n nek zal krijgen. Sammie besluit door mijn toedoen gezellig een paar onderdelen te verliezen, en kan ik als aspirant veger weer gaan bouwen. Joop krijgt een koekje, uit respect.

Het nieuwe bellen zorgt voor (gedwongen) tijdverdrijf. Enfin, een beetje binnensmonds tieren en hatsaflats, Sammie leeft weer. Ouder worden en techniek, is soms een beetje lastig. Maar we doen mee, wat er ook nog zal gaan gebeuren. Ah, Kapitein Zeppos! Tot een volgende keer……………..

De Pluis