Vijf jaar is het ondertussen geleden.

Vijf jaar hebben we samen een weg bewandeld. Een pad dat wisselend leek op een romantisch laantje, een zware expeditie, een donker steegje. Een parcours dat we samen met veel liefde en overtuiging hebben aangevat.

Die liefde was ontzettend belangrijk om het vol te houden, dat moet ik toegeven. Want wanneer je, na een teleurstellend huwelijk kiest voor een ander, dan kies je meestal niet alleen voor die andere partner, maar voor het ganse pakket. Er hoort een rugzak  bij gevuld met  levenservaring, teleurstellingen, mooie herinneringen en vaak ook een bijhorende clan.

De rugzak kan je samen lichter maken, en opnieuw vullen met nieuwe herinneringen, met mooie en minder mooie momenten. Die keuzes maak je zelf.

De keuze die je niet hebt zijn de kindjes. Ik weet nog dat ik me vol overgave op het ganse pakketje heb gestort en dat ik vol enthousiasme graag zou zien. Ik zou van die kinderen houden, daar was ik van overtuigd.

Ik verloor me al snel in zaken waar ik eigenlijk geen controle over had. De hobby’s van de jongens werden gewikt, gewogen en zonder mijn medezeggenschap beslist. De verjaardagen werden gevierd en ik merkte opnieuw dat mijn inmenging wel gehoord werd maar eigenlijk geen bepalende invloed had. Beslissingen in het belang van de jongens werden genomen, maar ik merkte dat mijn overwegingen een beetje in het ijle verdwenen.

Ik mocht graag zien, tot daar mijn rol.

Hij moest mijn dochter ook graag zien, dat was belangrijk, maar inmenging in de opvoeding vond ik een bijzonder lastig gegeven. “Het is mijn dochter en ik zie dat toch anders. Wij voelen dat anders aan. „

Ik zou mezelf een bijzonder slechte plusmama voelen wanneer ik zou uiten wat ik echt voelde.

Ik wil mijn pluskindjes even graag zien als mijn eigen dochter, maar ik moet toegeven dat dat niet zo is. En waarschijnlijk is dat ook wederzijds. Wanneer ik daar over nadenk, voel ik me ontzettend schuldig, maar tegelijkertijd besef ik dat het helemaal logisch is.

Een biologische band is ijzersterk. Onvoorwaardelijke liefde tussen ouders en kinderen is als een oerinstinct dat er meestal voor zorgt dat kinderen veilig kunnen opgroeien. Plusouders hebben vogeltjes uit een ander nest niet in hun genen zitten en zien hun pluskinderen ook niet door diezelfde roze bril.

Het lijkt er soms op dat we in ons gezin met twee clans leven, waarbij wij, als partners, aan het hoofd van onze eigen clan soms met een getrokken mes der liefde tegenover elkaar staan. We verdedigen onze eigen schapen, maar willen zo graag dat de kudde in één richting loopt en niet kris kras door elkaar.

Ik besef doorheen de jaren hoe langer hoe meer dat het rondslingeren van vuile sokken van de andere clan, steeds tot een soort van ergernis zal leiden en dat diezelfde vuile sok van mijn eigen dochter met liefdevolle hand in de linnenbak wordt gedropt; ach, het is maar een sok…

Ik zie mijn pluskindjes ongelooflijk graag, maar… mijn eigen kind zal ik steeds iets liever zien.

Het schuldgevoel daarover maakt stilaan plaats voor aanvaarding en ik leer bewuster om te gaan met het feit dat ook mijn partner zijn kindjes altijd vanuit die oerliefde liever zal zien.

En dat is goed.

Ik zie haar liever
Stem op deze column!