Wat ben ik toch op latere leeftijd, een techneut geworden. Ik heb namelijk zelf een toetsenbord aangesloten. In plaats van het met een kromme rug te moeten typen, kan ik nu meer rechtop ook wat grotere toetsen indrukken. Een toetsenbord wat weliswaar voorzien is van tandafdrukken van een Hond, maar wat maakt het uit. Het werkt.

Zo, ik ga er eens goed voor zitten. Pats, alle lichten gaan spontaan uit, en we zitten in het donker.

Nu heeft het kot al een keer deels in de brand gestaan. En heb ik in de rook een vluchtweg moeten zoeken, dus nu is dit geen enkel probleem.

Eerst trap ik op een pootje van de kleinste hond, loop een stapel boeken om waarna ik een beetje struikel over een pas aangeschafte rieten mand. Maar goed, ik zie licht door de kieren van de voordeur.

Inmiddels staan er al wat oude zatlappen op de galerij te beppen. Volgens mij zuipen de dementen elke avond, en als je veel zuipt verlies je het richtingsgevoel met alle gevolgen van dien. Naast het glas grijpen is een participatie-ouderdomskwaal, nietwaar!

Voordeel is wel voor de buurman op 101, dat de zak met vellen waar dagelijks tegen aan moet kijken voor eventjes verdwijnt. Het al oude Hollands gezegde: daar moet een piemel in, gaat hopelijk voor hem niet meer op. Maar helaas voor hem: de lichten floepen aan, dus ik kan de verlichte kamer weer betreden.

De kleinste zit onder de bank en geeft me een blik vol met mensenhaat. Ome Joop heeft in de twee donkere minuten de prullenbak onderzocht, waar het Forensisch Instituut wat van kan opsteken. En oude Bump pist bij mijn binnenkomst gezellig tegen de plant aan. Blij je weer te zien baas.

 

 

 

Herkennen is schijnbaar toch wel belangrijk, sterker nog: de Pluis verdiend er zijn centjes mee.

Sommige herkenningen zijn vanzelf sprekend, zeker. De Bankier is niet te vertrouwen, Managers zijn onbetrouwbaar, Dijsselbloempje houdt van gokken en de Politie gaat nu zelf drugs testen om ze te herkennen. En lopen straks allemaal zingend op Bob Marley in polonaise door het bureau, met een Afrikaantje in de mondhoeken.

Maar stel dat herkennen een vak is? Stel, dat herkennen van woorden, van gezichten, expressie, verbanden, gedachten en van gedrag zorgt voor een interventie-kans. Om in  staat te zijn patronen te  doorbreken, om andere inzichten te verschaffen? En dat herkennen werk is?

Dan is het toch godgeklaagd dat er voor miljoenen aan ICT wordt uit gegeven, maar er nauwelijks geïnvesteerd wordt in: hoe je kunt herkennen.

De Pluis heeft geen verstand van bombarderen, EU ellende of waarom de economie nu slecht of goed draait. Hij heeft geen verstand van ICT ( behalve dan: het “ vliegensvlug ”aansluiten van oude toetsenborden ) en waarom zijn huur weer omhoog moest.

Maar wat ik wel weet is, dat de kunst van herkennen meer dan ooit, een belangrijke wetenschap is. En kunst is geen kunstje, wat mij betreft. Herkennen is straattaal!

De bel!

Met Asmir, ik heb een pakketje voor u! Kom maar naar boven. Ik kijk door het raam en er komt een jongeman aanlopen met een pakket onder zijn arm en e.o.a. apparaat in zijn hand.

Bump kijkt mee en gromt. Herkennen is Hondenwerk, en ik leer ervan! Even mijn biertje wegzetten…