Iedere ochtend om zes uur gaat de wekker en stap ik (met mijn linkerbeen eerst) uit bed. Na het gebruikelijke badkamerbezoek begeef ik mij naar beneden waar ik het pakketje brood uit de koelkast pak dat ik de avond daarvoor heb klaargemaakt. Zo zacht mogelijk, de rest van het gezin slaapt immers nog, draai ik het slot van de voordeur open. Ik loop naar mijn auto. Bij kantoor aangekomen is het iedere ochtend weer een aantal minuten wachten op de persoon die de voordeur moet openen. Ik had natuurlijk later kunnen vertrekken, maar dit is nu eenmaal mijn ritme en hoewel het de laatste twee jaar niet is voorgekomen, zou het zomaar kunnen zijn dat hij vandaag wél stipt om zeven uur aanwezig is. Maar even wachten in de auto dus. Wanneer ik de bus aan zie komen van mijn collega met de sleutel, sla ik mij portier alvast open en loop ik langzaam naar de voordeur. Volgens oud-oud-Hollands gebruik klok ik in en drink ik ongeveer vijf minuten later mijn eerste bakje koffie dat ik onderweg, al lopend van de lift naar mijn kamer, meeneem. De computer wordt opgestart en een nieuwe werkdag is een feit.

De laatste tijd ben ik mij op onverklaarbare wijze ineens enorm bewust geworden van het feit dat wij met zijn allen enorme gewoontedieren zijn. Hoewel…misschien niet helemaal met zijn allen, maar als ik het personeelsbestand hier bij mij op de werkvloer eens bekijk (en er voor het gemak vanuit ga dat die menigte representatief is voor de gehele bevolking), dan mag ik concluderen dat we vrijwel met zijn allen gewoontedieren zijn. De ochtendgroet van de collega’s die dit dagelijks op dezelfde wijze doen (met hetzelfde vingertje de lucht in, met hetzelfde knipoogje, op dezelfde toonsoort) onderschrijft deze conclusie, waarmee mijn onderzoek op feiten is gebaseerd.

Wanneer ik met mensen over het wonderlijke verschijnsel van de gewoontedieren praat en het gevoel dat ik hier bij heb, dan blijkt dat ik hier niet alleen in sta. De hunkering naar iets anders en de wil naar het doorbreken van de gewoonlijke dagelijkse gang van zaken, leeft niet alleen bij mij. Dat stelt mij gerust. Naast het lage drukgebied boven Nederland, dat ook de komende dagen voor de sneeuw zal zorgen, is ook het donkere wolkje boven mijn eigen hoofd maar van tijdelijke aard. Het is gewoon een fase en dat gevoel gaat wel weer over. Althans, zo is mij uitgelegd tijdens een onderonsje met een al iets oudere collega die dit gevoel jaren geleden ook heeft gehad. Ook hij heeft vroeger met dezelfde ideeën en wensen rondgelopen. Dezelfde ideeën en wensen die nu ook in mijn hoofd proberen een markante plaats in te nemen in dát deel van mijn hersenen dat gewend is aan mijn gewoontes. Iets voor jezelf beginnen, het roer omgooien of verhuizen en buiten de stad gaan wonen. Niks nieuws onder de zon dus, zo wordt mij wijs gemaakt. Mijn collega en ik draaien ons om en lopen weer naar het bureau met een bakje koffie in de hand. Het derde bakje koffie alweer. Hierna stop ik met de koffie, want gewoonlijk drink ik maar drie bakjes koffie in de ochtend en ga ik daarna over op het water. Ik let namelijk wel op mijn gezondheid en te veel koffie is gewoon niet goed voor je. Ik ga vanmiddag ook gewoon sporten, of er nou sneeuw ligt of niet. Het leven gaat gewoon door, met of zonder gladde wegen. Gewoon is blijkbaar gek genoeg…