.facebook_1502186140512

In het dorp waar opa de Kok vandaan kwam, hadden de mensen over het algemeen bijnamen. Je had er bijvoorbeeld de Pater, de Paus en de Neus. Opa werd in het dorp aangesproken met de titel Janus de Leugenaar. Niet zozeer omdat hij mensen consequent beloog maar de verhalen die hij kon vertellen over de jacht waren legendarisch.

Zo vertelde hij een keer dat hij met een prachtig schot een enorme eend had geschoten. Deze viel helaas in het water van een klein vennetje waarna opa met een lange stok bezig moest om de eend naar de kant te krijgen. Hij poerde en poerde en haalde met zijn prikstok niet alleen de eend maar ook een dikke paling aan de wal. Hier schrok hij zo van dat hij achterover viel. En wat denk je, boven op een haas. Die kon ook gelijk mee voor het avondmaal.

Wij luisterden met volle aandacht naar opa en zijn verhalen. Natuurlijk mocht je niet lachen, dan werd hij boos. Zijn ruiten pet schoof met het verstrijken van de avond steeds meer naar de achterkant van zijn hoofd. Druk gebaarde hij om ons te overtuigen van de formaten van zijn buit. Het kleine borreltje met suiker moest regelmatig worden gered. Hij dronk er maar één, hooguit twee, meer spraakwater had hij niet nodig.

Ook had opa weinig respect voor de ‘moderne’ boeren. Hij, als ouderwetse keuterboer, had tenminste nog een echte moestuin gehad. Dat zielige gedoe van tegenwoordig. Nee, vroeger, toen stak hij twee kroppen sla en zijn kruiwagen was vol. Daar moest je nu eens om komen. De boeren van vroeger waren tenminste ook geen watjes. Die spanden het paard uit als het zich bezeerd had en stonden zelf aan de ploeg.

Het allermooiste verhaal vond ik dat van de eenden in één schot. Opa was in zijn element, hij werd omringd door een aandachtig gehoor. Zorgvuldig legde hij zijn denkbeeldige jachtgeweer aan, mikte, mikte. “En met één schot, schoot ik wel vijftig eenden.” Dit werd zijn jachtmaat toch iets te gortig en hij zei, “maar Janus, vijftig, het is zo heel veel, laat het nou de helft eens zijn.”

Waarop opa de legendarische woorden sprak: “Nou, en is dat dan nog niet veel!”

Janus de Leugenaar
Stem op deze column!

Machteld

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
Delicious