Alle profeten, patriarchen en heiligen van vroegere eeuwen aanbaden de Vader in de naam van Jezus Christus, (Jehova) en op geen enkele andere wijze. Alle ware gelovigen en getrouwen vanaf Adam tot onze tijd, al degenen die door geloof gerechtigheid hebben gewrocht en zaligheid verworven – allen, zonder één uitzondering, hebben zijn naam op zich genomen en hebben Hem met hun hele hart gevolgd. Hij is onze God en Hij is de God van onze vaderen!

Gedurende vierduizend jaar vanaf de dag dat Adam uit de hof van Eden werd verdreven tot op de dag dat Johannes te Bethabara aan het dopen was – zagen alle profeten en alle heiligen uit naar de komst van de Messias. Zij spraken, onderwezen, predikten en profeteerden over Christus; Hij was het middelpunt van hun leven en al hun hoop was gevestigd op de belofte van zijn komst.

Zij wisten dat Hij als Gods Zoon geboren zou worden uit een maagd, dat Hij de oneindige en eeuwige verzoening tot stand zou brengen, dat onsterfelijkheid en eeuwig leven door Hem mogelijk zouden worden. Al hun leerstellingen, verordeningen, godsverering en verbonden waren in zijn naam aan die van de Vader zelf, namelijk Elohim.

De hele wet van Mozes, met al zijn typeringen en afschaduwingen, getuigde van Hem die zou komen om zijn volk te verlossen. Op de Grote Verzoendag bijvoorbeeld, plaatste de hogepriester de naam van Jehova op een geit en offerde het dier voor de zonden van het volk als een gelijkenis van het offer dat Jehova zelf eens zou brengen door zich te laten kruisigen en ter dood te brengen voor de zonden van de wereld.

Onze Heer Jehova, werd als Jezus geboren uit de maagd Maria te Bethlehem in Judea, waardoor Hij, “de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is.” (Filippenzen 2:7.) Als mens leefde Hij een volmaakt leven geheel in overeenstemming met de wil van de Vader in alle dingen. Hij onderwees het evangelie, organiseerde de kerk van Jezus Christus en riep anderen tot de bediening en ordenden hen door middel van handoplegging. Hij genas zieken en wekte doden op en verrichtte vele machtige wonderen. Hij werd door de mensen verworpen, veroordeeld door de boze machten die toen bestonden, en aan een wreed kruis genageld.

Wij spreken nu over de Christus, die in het vóórbestaan Jehova was en die in de wereld kwam om te sterven aan het kruis voor de zonden van de mensen. En wij spreken ook over de Christus die kwam om weer op te staan uit de doden, over de Christus die ons, in glorierijke onsterfelijkheid, uitnodigt Hem te volgen in dit leven, in de dood (geestenwereld) en opnieuw in het eeuwige leven.

In Getsemane boog Hij onder een last die niemand anders kon dragen. Daar zweette Hij bloeddruppels uit iedere porie terwijl Hij de zonden droeg van ons allen op voorwaarde dat wij ons bekeren. (Zie Lucas 22:44.) Gedurende de drie laatste uren van zijn sterfelijk lijden op Golgota, keerden de smarten van Getsemane terug en dronk Hij tot de laatste druppel de beker die zijn Vader Hem gegeven had. In de hof en aan het kruis betaalde Hij de losprijs en voltooide zijn verzoenend werk. In de vroege ochtend van de derde dag verbrak Hij de banden van de dood en verliet het graf om alle macht op aarde en in de hemel te beërven. En dit getuig ik in Jezus naam. Amen.