Nog niet zo lang geleden nam John een besluit. Hij deed er niet meer aan mee. Eerder liet Maurice de Hond er een peiling op los; de nederlander strafte zijn liedje af met een 3.8. Er werden petities getekend. Weg met dat rare lied, met een nog vreemdere tekst. We hoonden; “de W van Wakker worden met stampot! En dat zouden wij dan onze koning toe mogen zingen?!”
John ging gebukt onder vele kritieken.
Kwam het door de regen? De wind? Het lied werd gered. daags later, onder leiding van Paul de leeuw, werd het uit volle borst gezongen. Was het de oranje koorts? We haakten in, proosten oranjebitter en zagen een trotse glimlach van de koning. Het was goed zo.

Dat was het nog lang niet met die vreemde vogels van Anouk. “Deprimerend!” werd geschreven; “Dat wil een europeaan toch niet horen op een Feest! Het blijft niet hangen!” Mopperden we bij de koffieautomaat op het werk.
“Zie je wel!” Teleurgesteld scherpte mijn tong zich voor de zoveelste afkeuring. “Klonk wel goed, maar Jan Smit zei dat ze bij de repetitie beter was”. Al 9 finalisten waren bekend. Anouk wilde haar kinderen al een smsje sturen, mama is morgen weer thuis.
Tot onze grote vreugde was ze dat niet. Deze en de daarop volgende dag werd haar eigenzinnigheid de hemel in geprezen.. “Gewoon een goed lied! Daar draait het om!”

Nee, mijn conclussie is dat een lied pas goed is als er emotie bij is gestopt. Iets wat het muzikaaltalent, van zowel John als Anouk, niet toe kan voegen. Die emotie maakt een kunnen van hen tot kunst voor ons.