Vanuit interesse en voor mijn werk lees ik een krant of vijf per dag. Eerst bladerend en vervolgens de artikelen die mij aanspreken. De artikelen die mij in eerste instantie minder aanspreken, lees ik gedurende de loze uurtjes van de dag.

En de kwaliteit is gedurende de afgelopen jaren achteruit gegaan. Ik verwacht namelijk elke dag nieuws.

Nu is nieuws een rekbaar begrip. De één vindt de bevalling van een popdiva nieuws, de ander de voetbalrapportage over de wedstrijd van gisteren. En weer een ander, zoals ik, zijn altijd op zoek naar onderzoeks- journalistiek. En de laatst genoemde is voor mij steeds moeilijker te vinden.

Ik kan mij haast niet aan de indruk onttrekken dat de krant van vandaag de dag, niet meer gemaakt wordt door hen die een krantenhart hebben. Maar de commercie het gewonnen heeft van de pure journalistiek. Met ander woorden: het aantal leden is het allerbelangrijkste, om het bestaansrecht te rechtvaardigen. Kranten zijn in handen gekomen van de grote onbekende geldschieters binnen, en buiten onze landsgrenzen.

Daarnaast zijn de social media grote concurrenten van het papier, al dan niet op tabloid formaat. Elke bewoner van Nederland is immers verslaggever geworden met een telefoon annex camera. Wat nu gebeurt, gaat de wereld over waardoor miljoenen anderen er deelgenoot van kunnen zijn.

In de contacten die ik heb met journalisten vanuit professioneel oogpunt, valt mij op wat een stress er door de voordeur komt. Hoe gesloten de vragen zijn die gesteld worden en er weinig diepgang is en een slechte voorbereiding.

Vroeger, ja vroeger dan was een artikel in de krant reden voor een roodgloeiende telefoon van lezers. En nu? Nada nul en niks.

Ik moet eerlijkheidshalve toegeven dat ook ik, de afgelopen jaren menig papieren krant “de deur “uit gedaan heb, en nu veelal via het beeldscherm lees.

Maar los van mijn eigen slechte keuze: ik mis de echte onderzoeks journalistiek.

De kwaliteitsmedia kreunt onder de commerciële druk. De geldschieters willen geld zien en geen kwaliteit. Want de weg van idee naar een verhaal kost geld, en dit is wat de krantenmagnaten niet voor ogen hebben.

En hoe weet ik nog niet maar de Pluis gaat zich de komende maanden buigen over het antwoord op de vraag hoe hij een bijdrage kan leveren om de onderzoeks journalistiek vanuit mijn invalshoeken nieuw leven in te blazen.

Heb ik een opleiding voor journalist doorlopen? Nee. Heb ik journalisten die dicht om mij heen staan? Nee.

Maar ik heb behoefte aan waarheidsgetrouwe verhalen die nu ergens onder een dikke laag stof verborgen liggen.

U hoort van mij, ik ken mijzelf.