Kaïn (Hebreeuws voor ‘speer’) en Abel (soms Habel, van het Hebreeuws voor ‘adem’ of ‘vergankelijkheid’) zijn in de Tenach, de Bijbel en de Koran de twee oudste zonen van Adam en Eva. In de Koran worden ze niet met naam genoemd, maar binnen de islam worden de namen Habiel en Kabiel gebruikt. De Bijbel schrijft dat Eva zwanger werd en dat Kaïn werd geboren. Daarna wordt Abel geboren, zonder dat er melding wordt gemaakt van zwangerschap. Hieruit wordt soms geconcludeerd dat Kaïn en Abel tweelingbroers waren. Kaïn, de oudste van de twee, was landbouwer; Abel was schaapherder. Kaïn doodde zijn broer, omdat God Abels dieroffer wel aannam, maar het offer van Kaïn, een deel van de oogst van het land, niet. Hoewel jaloezie voor de hand ligt, vermeldt het verhaal (in Genesis 4) geen reden voor de broedermoord, noch voor Gods voorkeur. Paulus verduidelijkt het met deze woorden: “Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn” (Hebreeën 11:4.)

Velen hebben zich afgevraagd, waarom het offer van Kaïn werd afgewezen en dat van Abel aanvaard. (Genesis 4:3-5; Mozes 5:19-21.) Wat was de aard van de zonde van Kaïn? Was het alleen omdat Kaïn zijn gebod van Satan ontving terwijl Abel het gebod des Heren ontving en gehoorzaamde? (Mozes 4:18.) Joseph Smith heeft verklaard:

     “Door geloof in de verzoening of het plan van verlossing bracht Abel God een offerande die werd aanvaard, namelijk een eersteling van de kudde. Kaïn offerde vruchten van het veld en zijn offer werd niet aangenomen want hij kon het niet in geloof brengen. Hij was niet in staat om geloof te bezitten of te oefenen, hetgeen in strijd was met het hemelse plan. Het vergieten van het bloed van de Eniggeborene kon voor de mens verzoening brengen want aldus was het plan van verlossing. Zonder het vergieten van bloed werd geen verzoening teweeggebracht. En daar het offer werd ingesteld als een zinnebeeld, waardoor de mens het grote offer zou herkennen, dat God had bereid, kon er geen geloof worden uitgeoefend, wanneer er een offer werd gebracht, dat in strijd hiermee was, omdat er geen verzoening op die wijze werd gekocht en omdat de macht der verzoening niet op die wijze was ingesteld. Daarom kon Kaïn geen geloof hebben, en wat niet uit geloof geschiedt is zonde”. (LvdpJS, blz. 61.)

Betreffende de zinsnede “en hierdoor spreekt hij (Abel) nog, nadat hij gestorven is” (Hebreeën 11:4) Kunt u uzelf afvragen. ‘Waarom heeft Paulus dit zo opgeschreven en op welke wijze spreekt Abel nog steeds’? Het antwoord is omdat Abel het priesterschap, dat op hem bevestigd was, verheerlijkte en als een rechtvaardig man stierf waardoor hij een engel Gods is geworden door zijn lichaam uit de dood terug te ontvangen. Hij houdt daarmee nog steeds de sleutelen van zijn bedeling en hij werd uit de hemel nedergezonden om Paulus te troosten en hem een kennis te geven van de verborgenheden van godzaligheid. Indien dit niet zo was dan vraag ik mij af, hoe het mogelijk was dat Paulus van Abel zoveel wist en waarom hij zei dat Abel nog sprak nadat hij gestorven was en dat kan alleen maar omdat Paulus hem inderdaad gesproken heeft en dat Abel uit de hemel werd gezonden ter wille van Paulus zijn bediening. (LvdpJS, blz. 178.) En dit getuig ik in naam van Jezus Christus. Amen.