Elke ochtend onder de douche knijp ik hardhandig mijn beide borsten fijn. Niet uit sadomasochistische zelfbevrediging maar uit angst. Ik ben veranderd van een toch al fatalistisch beïnvloedbaar persoon in een heuse hypochonder. Borstkanker komt naast de vele andere soorten kanker ook voor in de familie, dus als ik toch mag kiezen, kies ik daarvoor. De overlevingskansen zijn goed, zonder borsten kan ik leven en bovendien zijn er tegenwoordig de meest mooie reconstructies mogelijk, met en zonder tepel. Maar laat ik niet te ver op de zaken vooruit lopen. Hoe ben ik in deze gemoedstoestand afgegleden?

Mijn ouders en dus ook de vrienden van mijn ouders zitten in de levensfase tussen de 55 en de 65 jaar. De één na de ander komt met het afschuwelijke kankerbericht. Leverkanker met uitzaaiingen, non hodgkin, vulva kanker, longkanker zonder gerookt te hebben, borstkanker en noem maar op. Elk telefoontje wordt eerst naar de voice mail over gesluisd, zodat ik het kan beluisteren en vervolgens op gepaste manier kan reageren.

In Nederland werden in 2003 volgens de Nederlandse kankerregistratie ruim 72.000 gevallen van kanker vastgesteld. In 10% van deze gevallen was reeds eerder al een vorm van kanker gediagnosticeerd. In 2011 waren dit er al ruim 100.000. De cijfers tot en met 2014 zijn nog in de rekenkamer, of zijn zo afschuwelijk hoog dat de medici ze niet willen prijsgeven. Ieder jaar sterven in Nederland zo’n 38 000 mensen aan kanker. Op dit moment wordt geschat dat ongeveer 400 000 mensen in Nederland kanker hebben. Het aantal overlevingskansen is ook gestegen met maar liefst 4 procent, maar zet dat naast het aantal toegenomen kankerpatiënten en we blijven met z’n allen behoorlijk in de gevarenzone.

Er is uiteraard volop onderzoek gaande om deze volksziekte nummer 1 een halt toe te roepen en te laten verdwijnen. Er zijn wetenschappers die een gen hebben ontdekt dat actief kan worden ingezet op het moment dat kankercellen actief worden en zich gaan delen. Dit gen zou er voor kunnen zorgen dat de kankercellen zichzelf vernietigen. Een revolutionaire ontdekking dacht ik en in gedachten schoof ik mijn dierbare familieleden al naar voren als proefkonijn. Alles beter dan lijdzaam af te wachten met een kale kop van de chemo en groen van ellende en pijn. Helaas is deze ontdekking nog in zijn experimentele fase van fruitvliegjes en laboratoriumonderzoek, maar wat zou het fantastisch zijn als ik mijn schoonvader kon vertellen dat ik bij wijze van verlaat kerst cadeau een zakje supergen voor hem heb, zodat hij zijn kleinkinderen kan zien opgroeien.

Ik sta onder de douche en klamp me vast aan hoop, elk sprankje werkt. Weer geen knobbeltje bij mijn zelfonderzoek, een gen op komst. De warme stralen van de douche werken ontspannend en verkwikkend te gelijk, maar als ik even later met mijn blote voeten op de koude tegels sta kruipt de angst toch weer als ongedierte langs mijn benen omhoog. Stel dat het niet op tijd komt, stel dat het niet werkt, stel dat ik geen borstkanker krijg en er een andere sluipmoordenaar zich in mijn lijf aan het beraden is op een aanslag. Gelukkig klopt de realiteit aan met de stem van mijn dochter: “mam, ik heb weer niets om aan te trekken!” Ik stop mijn angst weg en ben weer een moeder, die overal een oplossing voor heeft. “Ik kom er aan schat.” Het laatste beetje douchewater verdwijnt in het putje en neemt mijn kankerangst mee, voor nu, wetende dat ik er later toch weer op terug zal komen.