Ik zei gister onder een gleske bier
als het nou toch nog winter wier
och mennekes, dan wist ik het wel
dan riep ik derek tegen ons Nel

het is mij vulste koud om te ketsen
dus pakde gij oew ijzers mar gauw
dan gaan wij sebiet samen naar Wouw
effekes lekker een stukske schetsen

Toen ik vorige week tegen acht uur ‘s avonds thuiskwam, trof ik mijn totaal verkleumde 86-jarige buurvrouw Jannie in een flinterdun panterbloesje en felgele hotpants aan op het bankje voor ons appartementengebouw. “Mijn God Jannie! Wat doe jij in hemelsnaam met drie graden onder nul in die outfit buiten? Nog even afgezien van de vraag over de bij je leeftijd passende kledinglijn!” Ze keek me eerst luidruchtig zwijgend aan en stamelde toen met onderkoelde stem: “K-keuzes m-maken jongen. K-keuzes m-maken!” Ik keek haar niet begrijpend aan: “Dus? ” Ze zuchtte en schudde haar platinablonde hoofd: “Je bent niet zo snel meer hè? Geeft niets kind, da’s de leeftijd. Je hart zegt SP, maar je haar zegt 50Plus. Zelfs jij moet keuzes maken Eric. Maar laat ik proberen het uit te leggen.” Ze tikte een sigaret uit haar zoveelste pakje Marlboro Light, bracht hem met bevende vingers naar haar lippen en met een flinke teug begon ze haar verhaal.

“Kijk! Neem nou de lente, die maar niet op gang wilde komen. Dan kun je twee dingen doen. Met z’n allen blijven klagen en zuchten over hoe koud het wel niet is óf je eigen lente creëren, zoals ik hier al vanaf negen uur vanochtend op dit bankje zit.” Ik keek haar verbaasd aan: “En wat ben je daar mee opgeschoten Jannie? Het is nog steeds stervenskoud en jij ligt straks met een dubbele longontsteking in bed. Geen beste keuze lijkt me.” Ze mompelde iets over Nintendo-generatie en zei: “Daar gààt het niet om! Jij was tot je zesenveertigste fan van de Dolly Dots, dertig jaar lang smachtend naar een Meet & Greet met Angela Groothuizen die er nooit kwam. Geeft niks! Foute keuzes horen bij het leven. Dingen in eigen hand houden. Dààr draait het om. Voorbeelden te over. Hang je, zoals Bea, op je vijfenzeventigste je hoed en haar aan de kapstok om voortaan het rijk alleen te hebben of neem je, zoals Franciscus, op je zesenzeventigste nog een vrijwilligersbaantje als herder bij het Vaticaan. Loop je de Marathon van Berlijn om je grenzen te verleggen of schiet je als supporter langs de kant plaatjes van je familie onder de Brandenburger Tor, zodat je op rollatorleeftijd kunt zeggen: “Gelukkig hebben we de foto’s nog!” Wijs je in een ultieme vlaag van verzetsbewustzijn de verkeerde kant op als iemand vraagt: “Wo ist de Bahnhof?” of laat je Google Maps de route bepalen. Neem je beslissingen vanuit eigen kracht of laat je ze afhangen van anderen. Keuzes maken! Dat is waar het in ons leven om draait.”

“Sorry Jannie, je bent me helemaal kwijt!” onderbrak ik haar. “Maarre.. wat vind je van mijn gedicht?” Jannie gooide wanhopig haar handen in de lucht: “Mijn hemel Eric. Dat versje komt straks wel. Eerst dit. Ok, ok! Dichter bij huis dan maar. Nog een voorbeeld. Zet je je miljoenen veilig weg op een willekeurige Cypriotische bank of investeer je het in de noodlijdende Grafische Industrie? Wat zou jìj doen?” Ik keek haar aan: “Tja, als je het zo stelt. Da’s een lastige keuze. Op Cyprus ben ik het sowieso kwijt en in ook in onze bedrijfstak moet ik nog maar zien of ik het terugkrijg. Maar toch is het ook weer niet zo moeilijk. Investeren natuurlijk. Ik zal altijd kiezen voor de uitdaging en vechten voor wat ik waard ben, voor betere tijden. Apathie is nooit mijn sterkste kant geweest. Verdorie Jannie, ik geloof dat ik hem snap!” Ik stak mijn vuist de lucht in en proclameerde: “Liever staand te sterven, dan…” “Ja, ja, rustig maar Ché Guevara!” gebaarde Jannie lachend “Hè hè, ik dacht dat het eurootje nooit zou vallen. Kan ik eindelijk naar binnen, want ik verga van de kou!” Ze stond op. Ik hield haar tegen: “Wat vind je nou van mijn gedicht?” “Nou.” zei ze “Eerlijk gezeg snap ik er niets van. Ketsen, ijzers, schetsen. Ik krijg er hele vreemde beelden bij.” Ik grijnsde: “Het is Brabants. Daar is de aa vaak een è. Dus ketsen is kaatsen en schetsen is schaatsen. Gaaf hè?” Ze wuifde het weg: “Het zal allemaal wel jongen. Maar dan heb ik ook nog een versje voor jou.” En in onvervalst Deventers dialect klonk door de Walstraat:

Loat die Broabanders mar zwetsen
want ut is nooit te kold om te …

“Gadverdamme Jannie!” onderbrak ik haar poëtische bui “Hup! Naar binnen jij!” Ze lachte: “Keuzes maken jongen. Denk eraan, keuzes maken! En terwijl ik haar nakeek meende ik in het licht van een lantaarnpaal een roodborstje te ontwaren, dat voorzichtig een voorjaarslied inzette. Inderdaad, keuzes maken. Wordt het misschien toch nog een heerlijke lente….