Kotjes, vakjes en hokjes. Maar al te vaak willen we alles wat we meemaken, tegenkomen en ontmoeten in groepjes sorteren. Meer zelfs, we rusten soms niet tot we uitgedokterd hebben wat iemand of iets nu ein-de-lijk is. Alsof het pas écht is, als het ook in een hokje past.

Voelen we ons ziek of is er iets aan ons veranderd, dan gaan we al snel op zoek naar wat het nu eigenlijk kan zijn. Komen we mensen tegen die we niet meteen in een standaard hokje kunnen plaatsen, beginnen we ons af te vragen hoe we dát hokje weer moeten noemen. En als vrienden of familie moedig over hun gevoelens vertellen, begint bij ons de molen al te draaien. Heeft ze geen angststoornis? Zou het een trauma kunnen zijn? Of zit ze van nature met een minderwaardigheidscomplex? Ja, als we er maar namen en verklaringen voor kunnen vinden. Dan zijn we gelukkig.

Om te beginnen met het goede nieuws: het is een feit dat ‘hokjes, vakjes en kotjes’- denken het leven soms makkelijker kan maken. Het is eenvoudiger om gewoon te zeggen dat je ‘een onzeker type’ bent dan te moeten uitleggen hoe je je precies voelt bij bepaalde gebeurtenissen. En omgekeerd helpt het ons om elkaar in bepaalde zin beter te begrijpen. We kunnen misschien niet volledig begrijpen  hoe iemand zich voelt, maar bij de term ‘onzeker type’ kunnen we ons al een duidelijk beeld scheppen en meeleven.

Maar je raadt het misschien wel: ik ben niet aan deze tekst begonnen om de voordelen van het ‘hokjesplaatsen’ aan te halen. ‘Hokjesplaatsen’ is naar mijn mening opnieuw een teken dat we in een maatschappij leven waarin alles duidelijk en snel opgelost moet worden. Een maatschappij die eigenlijk meer aandacht besteedt aan het analyseren van situaties en personen, dan aan de individuen en persoonlijke problemen zelf.

Misschien herinner je je nog wel een dergelijke situatie. Een emotioneel moment waarop jij doodsimpel en eerlijk uitlegt hoe jij je voelt. Waarom je dat deed? Om een beetje begrip te krijgen voor het probleem of de moeilijkheden waar jij mee zit. En wanneer jij net het gevoel hebt dat het gesprek steeds persoonlijker en gevoeliger wordt, komt je vertrouwenspersoon met dé oplossing. “Het is normaal dat je je zo voelt. Je kampt nu eenmaal met … (noemt een bepaalde stoornis). Ik kende vroeger ook iemand die dat heeft en zij voelde zich ook vaak zo. Dat is maar al te normaal.”

En punt. Je eerlijk, persoonlijk en oprecht gesprek werd abrupt beëindigd door het goedbedoeld vakjesgeplaats van je luisteraar. Misschien had hij of zij wel gelijk, maar dat wil nog niet zeggen dat jij er echt een boodschap aan had. Want de stempel zorgt ervoor dat jouw gevoelens geen persoonlijk probleem meer zijn, maar een hokje. Een hokje waar nog mensen in zitten. Een hokje waarin het normaal is dat je met dergelijke gevoelens loopt.

Waarom ik nu precies besloot hierover te schrijven, vraag je jezelf af? Terecht, want hoewel ook ik met problemen en issues zit – wie niet? – kan ik niet meteen zeggen dat ik in een stereotiep hokje wordt geplaatst. Of dat ik meer dan te veel wordt geconfronteerd met mensen die een stempel op me plakken door wat ze over mij gehoord of gelezen hebben. Neen, de reden waarom ik hierover begin te schrijven, moet je ergens helemaal anders zoeken.

Kotjes, vakjes en hokjes.
Stem op deze column!