Niet alle huwelijksmoeilijkheden zijn te wijten aan, in het oog springende slechte gewoonten. Sommige problemen ontstaan geruisloos, welhaast onmerkbaar, terwijl we worden opgeëist door zware programma’s en plichten. Neem het geval van het echtpaar dat alle jaren dat zij getrouwd waren geweest waren besteed aan trouw dienstbetoon aan de kerk en hun kinderen. Nu waren de kinderen volwassen en hadden het ouderlijk huis verlaten; de kerkelijke roepingen waren minder veeleisend; en geheel onverwachts stonden zij, die jarenlang anderen bij het oplossen van hun moeilijkheden hadden geholpen, voor eigen problemen.

Het dienen van hun kinderen had hen zo in beslag genomen, dat zij vergeten hadden elkaar te dienen. Ze waren altijd prompt geweest om met gulle hand hun genegenheid aan allen om hen heen te schenken, maar eenvoudige blijken van liefde en belangstelling voor elkaar waren er bij ingeschoten. En nu, in een periode van hun leven dat zij behoorden te kunnen genieten van hun geweldige gezamenlijke ervaringen, ontdekten ze dat de onderlinge band gedwongen was. Het gevoel van tekort schieten, waar zij allebei onder leden, voerde maar al te gemakkelijk tot kritiek en beklag. De vele jaren dat zij actief waren geweest in de kerk, hadden hun een betere weg geleerd. Zij hadden het licht van het evangelie gekend en nu verlangden zij ernaar.

Zij ontdekten dat zij, door de evangeliebeginselen met nieuwe ogen te bekijken, en als hulpmiddel voor het oplossen van hun eigen problemen, opnieuw konden leren hoe zij elkaar moesten dienen. Zij beseften dat het uitdrukking geven aan hun liefde op deze rijpere leeftijd, een zoetheid met zich meebracht die voldoening gevend was.

Zij besloten tot een aantal projecten in hun huis en tuin, waaraan zij samen werkten; zij vonden zinvolle kerkelijke activiteiten, stelden familiegegevens en geschiedenissen samen en leerden hoe waardevolle papieren bewaard moesten worden. In het evangelie hadden zij de noodzakelijke beginselen al, en bij het aanwenden daarvan voor het oplossen van hun eigen moeilijkheden, ontdekten ze dat deze beginselen ruimschoots aan hun doel beantwoordden.

In een verhandeling getiteld “A Piece of Chalk” over een uitstapje in het zuiden van Engeland, schreef G.K. Chesterton hoe hij erop uit trok om pasteltekeningen van het landschap te maken en helaas tot de ontdekking kwam dat het hem ontbrak aan de kleur wit. Daar er geen enkele winkel in de buurt was, waardoor hij het euvel alsnog kon verhelpen, achtte hij zijn uitstapje mislukt, totdat hij plotseling besefte dat de rots waarop hij gezeten was uit wit krijt bestond. (Uit The Joy of Reading, ed. Robert K. Thomas, Salt Lake City: Bookcraft, 1978, blz. 35-40.)

Daar, midden in een wei in het graafschap Sussex, bleek hij “te zitten op een reusachtige voorraad van wit krijt”. Zijn denken dat hij geen wit krijt had, was te vergelijken met een chemicus die midden op de oceaan naar zout water zocht voor zijn experimenten, of iemand die in de onmetelijke Sahara op zoek was naar zand voor zijn zandlopertje.

Heel dikwijls hangt het oplossen van onze problemen af van ons ontdekken dat we al beschikken over de sleutel daartoe. We moeten alleen leren die sleutel te vinden en op de juiste manier te gebruiken. En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.