Ineens gaat het licht achterin de bus aan.

Snel! Rennen! Hijgend aangekomen bij de bushalte heb ik hem toch gemist. De strikte buschauffeur met zijn das op zijn opgezwollen buik en een snor had er blijkbaar geen zin in om na een ingestapte oma met een stok, nog eens op een allochtoon te wachten. Dan sta je daar met een wegrijdende bus voor je neus wachtend op een andere.

Ik zit achterin de bus waar het gezellig is ten opzichte van dat tweetal zitplekken waar maar één iemand naast je kan zitten. Onopgemerkt was het licht achterin uitgegaan. Wanneer precies is mij onbekend.

Bij een volgende halte stappen drie donkere meiden in. Ze lijken als drie druppels water op elkaar. Gezien hun donkerbruine haar en op elkaar lijkende gezichten vermoed je meteen dat ze uit voortplanting van hetzelfde stel zijn voortgekomen. De kleinste van hen draagt een bril en zit met gekruiste benen tegenover mij met haar smartphone tussen haar kruisende knieën. Een andere zit naast me en de derde, hoogstwaarschijnlijk de oudste, is links van mij gaan zitten.

Prompt vertelt de eerstgeborene een verhaal over haar moeder. Ze begint oersaai: “Ma zat te slapen.” Een dergelijke kletspraat kan zeker irritant zijn als je een kwaliteitskrant aan het lezen bent. Zij gaat door, terwijl ik intussen dezelfde paragraaf twee, drie keer heb gelezen zonder enige oplettendheid. Mijn aandacht wordt pas op hen gevestigd toen ik een traantje over de linker wang van het kleine meisje zag rollen nadat ze stomverbaasd met haar hand voor haar mond liet zien dat iets ergs aan de hand was.

“Niet huilen! Het gaat goed met haar!” zo stelde de oudste haar zusje gerust. Krachtig genoeg waren deze woorden niet om de tranen van de brildraagster te bedwingen. De stilte overheerst. Om onopvallend hun verhaal te volgen en te weten te komen wat haar moeder heeft, blader ik door. Helaas stopt de bus en ze stappen uit.

Starend naar het dagblad en meelevend met dat huilende meisje dat straks bij haar ongezonde moeder aan zal kloppen, zit ik nog op dezelfde plek. Ineens gaat het licht achterin de bus aan. Dit kan uitsluitend een positief teken zijn, maar die meiden zijn weg. Echt jammer. Of zij goed nieuws zullen krijgen, is mij een raadsel.

Ik kom thuis en lees een brief: “Ik betaal al jouw kosten voor de zomervakantie. Welverdiend.” Dolblij. Wat fijn dat het licht toen aanging.

Mukhtar Kakar

studeert aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
Facebook