Liefde in het dagelijkse leven komt bij mij voort uit een mezelf opofferende en een ander weldaden schenkende houding. Een liefde die zich richt op de behoeften van de ander en zoekt wat het beste voor die ander is, zonder dat ik mezelf daarbij opdring. Zo ben ik wekelijks twee ochtenden bezig met vrijwilligerswerk in een verpleeghuis als transporteur voor de fysiotherapie, waarin ik de ander de vrije keus laat om die liefde te beantwoorden of niet. Het is voor mij een soort van liefde die offers vraagt en hard werken, omdat ik ernaar streef vorm te geven aan dienstbetoon en naastenliefde. Ik heb, sinds mei 2002, toen ik op mijn vijfenvijftigste levensjaar in contact kwam met zendelingen van ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’, volledig afstand gedaan van mijn egoïsme en is liefde een levende bron geworden die geen inspanning meer vergt, maar vanzelfsprekend en natuurlijk is.

In mijn tweede huwelijk lag dat anders. Hoewel ik – zowel naar mijn toenmalige vrouw als ook naar mijn twee zonen – een onvoorwaardelijke liefde hanteerde waarmee ik voor hun een volledige onvoorwaardelijke ruimte en vrijheid creëerde waarin zij zichzelf konden zijn, kwam ik er andersom maar bekaaid vanaf. Mijn vrouw beweerde in haar jeugd seksueel misbruikt te zijn geweest en maakte mij daarvan een mede slachtoffer, terwijl ik daar part nog deel aan had gehad. Haar liefde beantwoordde zij in woorden zonder daden, werd hierdoor een leugenachtige liefde en ik voelde mij volledig tekort gedaan.

Verder had ik een speciaal soort aantrekking tot onze juwelierswinkel wat zich kon uiten in een gevoel of emotie in een dusdanige vorm dat het erop leek dat ik zonder die winkel en mijn liefde daarvoor niet meer verder zou kunnen leven, ja, het gaf de indruk dat ik psychologisch afhankelijk daarvan was. Toen ik dus, vlak nadat ik via een tweede hypotheek op mijn huis borg had gestaan voor een doorlopend bedrijfskrediet, uit de winkel werd verwijderd viel mijn leven volledig in duigen. Ik had werkelijk alles ervoor over gehad om mijn werk, huwelijk en het contact met mijn kinderen in stand te houden.

Verder heb ik een liefde voor de politieke partij waar ik lid van ben en betaal mijn contributie alsof het een schenking is aan een goed doel. Deze liefde vindt voornamelijk plaats op emotionele grond, gebaseerd op het graag willen helpen bij iets waar ik emotioneel bij betrokken ben, want het land waarin ik geboren ben is bezig af te glijden naar een model waarbij onze natiestaat verkwanseld wordt. Deze liefde geeft mij het gevoel dat ik onoverwinnelijk ben, dat ik mij er niet onder laat krijgen en alles ervoor over heb hier vorm aan te geven. Het is een emotie die bijna niet te beschrijven is, maar als ik zeg dat ik het gevoel heb dat ik kan vliegen dan zit ik er niet ver naast.

Sinds mei 2002 is er in mij een liefde ontstaan dat God een God van liefde is. Liefde is het mooiste wat Hij mij kan schenken en het mooiste wat ik Hem kan geven, daarom heb ik Hem oneindig lief. Daarnaast heb ik mijn huidige vrouw oneindig lief want ik heb, in onze tempel in Zoetermeer, met haar een eeuwig huwelijk mogen sluiten waardoor ik eeuwig aan haar verzegeld mag zijn. Ik laat haar óók volledig vrij in haar doen en laten maar dat kan ik omdat zij voor mij een voorbeeld is die goddelijke liefde in de juiste context en perspectief plaatst. Zij is voor mij een echte heilige der laatste dagen, een engel in optima forma, een geesteskind van God en daarom ben ik verrukt van haar.

Liefde
Stem op deze column!