Paulus had acht of meer provincies van het Romeinse rijk doorkruist en nog eens doorkruist. Hij had persoonlijk een aantal gemeenten van de kerk gesticht. Het aantal bekeerlingen liep ver in de duizenden. Hij was geslagen, gestenigd, gegeseld, in de gevangenis geworpen, had schipbreuk geleden, had honger, dorst, koude, moeheid, verwerping, beledigingen en spot doorstaan en was in de steek gelaten en dit alles terwijl hij “zijn eigen doorn in het vlees had”. Velen hadden in zijn plaats uitgeroepen dat zij nu wel genoeg gedaan hadden en waren naar Jeruzalem teruggekeerd om de staf aan een jonger iemand over te dragen.

Maar zoiets was voor Paulus ondenkbaar. Met kenmerkende eenvoud vermeldt Lucas: “En toen dit alles voorbij was, nam Paulus zich voor ….. naar Jeruzalem te reizen, en hij zeide: Als ik daar geweest ben, moet ik ook Rome zien”. (Handelingen 19:21.) En dus ging hij naar Korinte om daar de winter door te brengen in afwachting van veilig zeilweer. Gedurende deze maanden moeten de berichten binnen zijn gekomen die vermelden dat Galatië werd geteisterd door de woeste aanvallen van de Judaïsten. Zij zeiden: “Ware gerechtigheid is op de wet van Mozes gebaseerd. In Christus geloven is allemaal goed en wel, maar men moet geen afstand doen van de grondbeginselen van de besnijdenis, de voedingswetten en de Levitische gebruiken”. Ze belasterde Paulus en zijn ambt en probeerde velen over te halen zich niet met de leringen van de grote apostel in te laten.

Paulus had aan de kerken in Galatië geschreven en de valse leringen scherp veroordeeld. “O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd,…..?” vroeg hij vol verdriet. (Galaten 3:1.) Kort hierna schreef de apostel zijn brief aan de Romeinen, waarin hij de heiligen daar, van zijn bedoeling om hen te bezoeken, op de hoogte stelde. De rapporten uit Rome waren positief. De heiligen geloofden, groeiden en getuigden. Maar hij was ongetwijfeld nog bijzonder bezorgd over de groeiende dreiging van de valse leraren, want de brief aan de Romeinen bevat een krachtige verdediging van ware gerechtigheid en een verwerping van elk systeem tot zaligheid dat niet op geloof in Jezus Christus gebaseerd is.

Welk een ironie dat de brieven aan de Romeinen en Galaten in later eeuwen zouden worden gebruikt als basis voor de leerstelling dat “werken”niet van belang is voor de zaligheid. Welk antwoord zou Paulus geven aan hen die beweren; dat alles ‘wat men moet doen om zalig te worden’ is, om met de mond te belijden dat Jezus de Christus is? Kunt u zich voorstellen wat de man zou antwoorden aan hen die zeggen dat goede werken niet nodig zijn voor het ontvangen van de zaligheid?

     Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. (Romeinen 1:16.) In deze korte maar krachtige uitspraak, maakt Paulus het thema van zijn brief duidelijk. De rest van de zendbrief wordt besteed aan het uitwerken van dit thema, het laten zien dat rechtvaardiging door het geloof eeuwige zaligheid brengt. Paulus gaat nader op het thema in en laat zien dat het ware geloof persoonlijke waardigheden en gehoorzaamheid aan de beginselen van het evangelie vereist en dit getuig ik in naam van Jezus Christus. Amen.