Er is paniek. De what’s appjes vliegen van links naar rechts over de lijnen heen. Er is een muis actief in de flat. Ik heb “hem” voor de eenvoud maar Willem genoemd, omdat het een (h)eerlijke muizennaam is.

Vannacht had Willem het weer op zijn heupen. Onder de bank zat meneer een heerlijke pinda op te eten. Met heel veel plezier, want volgens mij hoorde ik hem af en toe grinniken. Prachtig, de natuur die zich niets aantrekt van torenhoge hypotheken, de twee auto’s voor de flat, en gewoonweg besluit om de aanval in te zetten.

Nu is het wel zo dat het ook een klein beetje de schuld is van de Burgemeester. Want als je één keer in de week je vuilnis aan de straat mag zetten, en op de andere dagen je meuk op je balkon moet houden dan nodig je Willem wel uit. Voor een muizenfeestje, als het ware.

Ik begrijp uit de appjes van CC dat er inmiddels complete studies gedaan zijn naar het leven van een muis. Dat er stemmen zijn die roepen: minder, minder, minder en een bedrijf willen inhuren die mijn Willem door midden willen hakken.

CC en ik zijn, als linkse rakkers, stiekem voor Willem. Natuurlijk, als Willem teveel lawaai maakt krijgt het bed een oplawaai in de hoop dat er wat stiller gegeten gaat worden. Of werpt CC met een prachtige, frivole worp een lege colafles richting Willem. Waar hij zich overigens maar weinig van aantrekt, een dansje maakt en zingt: je kunt me toch niet raken, je kunt me toch niet raken.

CC en ik zijn van plan om ook mee te doen aan de “jacht” op Willem. Wij gaan appjes rondsturen waarin we vertellen of er iemand onze tamme muis gezien heeft. Of dat wij zijn broertjes en zusjes nu ook kwijt zijn, en ons grote zorgen maken over hun welzijn. Hoe geweldig zou het zijn als de andere hypothekers mede door ons, nog meer stress oplopen en er een buurtwacht georganiseerd wordt.

We gaan de wereld draait door halen, dit weet ik zeker. Dan gaan CC en ik met betraande wangen ons verhaal vertellen en eisen dat er een amber allert uitgaat.  

“Kijkt u uit naar een klein, grijze muis. Willem is zijn roepnaam. Brutaal, een beetje bang voor lege colaflessen en gek op overvolle vuilniszaken die een dag of zes op een balkon staan. Als u hem ziet doet u vooral zelf niets, maar belt u met de politie in uw eigen woonplaats.”

Hoe mooi zou dit zijn. En als zo’n tweeverdiener toch besluit om een bedrijfje in te huren omdat het fiscaal aftrekbaar is. Dan lokken CC en ik de kleinste schreeuwers uit de buurt richting de muizenvallen, en laten ze daar vol overgave intrappen.

Dat zijn de pappa’s, mamma’s en andere soorten, er gelijk van overtuigd dat een val voor Willem levensgevaarlijk is. Niet voor Willem zelf want die is slim, maar voor hun kroost die waarschijnlijk toch denkt dat een muis aan een struik groeit. Dat zegt tenminste hun mini IPod, die ze gekregen hebben om vooral hun mond dicht te houden.

We love Willem, we love Willem, staat er binnenkort op een levensgroot spandoek. Die gaan CC en ik in het midden van de nacht aan de boom hangen die voor de Flat staat. En Willem, die kijkt van grote afstand toe en vreet intussen zoveel mogelijk vuilniszakken kapot. De wraak van Willem, zal zoet zijn. Wij kennen hem wel, de schavuit.

De Pluis