Moronie bevond zich onder de weinige Nephieten die gespaard waren gebleven. Hij bezat de bewerking van het verslag dat zijn vader Moronie had gemaakt. Hij kreeg het bevel dat verslag te verbergen in de heuvel van Comorah dicht bij de plaats waar later de stad Manchester zou verrijzen, in de Amerikaanse provincie Ontario, in de staat New York. De Heer gebood hem niet alleen het verslag te verbergen maar ook de Urim en Tummim erbij achter te laten, een instrument dat de zieners uit vroeger tijden die op het vaste land van Amerika vertoefden, werd gebruikt. De Heer beloofde Moronie dat hij in de laatste dagen dat boek uit de grond te voorschijn zou doen komen, dat het uit het stof zou fluisteren en het net zou lijken alsof de doden tot de levenden spreken. Wanneer hij het tevoorschijn zou brengen zou de Urim en Tummim, die erbij achtergelaten was, de vinder in staat stellen het te vertolken in de taal van de mensen die het land zouden erven. (Orson Pratt in JD, hoofdstuk 17, blz. 281.)
Op de avond van 21 september 1823, drie jaar na het eerste visioen, zond God die zelfde Moronie vanuit Zijn tegenwoordigheid naar Joseph Smith om hem te vertellen dat God een werk voor hem te doen had en dat de naam van Joseph zowel ten goede als ten kwade onder alle natiën, geslachten en talen bekend zou worden. Moronie vertelde ook waar hij het verslag had verborgen en toen Joseph op die plek de aarde had verwijderd, nam hij een hefboom, zette die onder de rand van de steen en lichtte deze met enige moeit op. Hij keek in de kist en daar zag hij inderdaad, zoals Moronie had gezegd, het verslag wat op gouden platen was gegraveerd plus die Urim en Tummim en de borstplaat. (GJS 1:51-52.)
De engel Moronie verscheen en zei tegen Joseph dat hij hem over een jaar op de zelfde tijd weer op de heuvel moest ontmoeten en dat jaarlijks moest blijven doen totdat de tijd was aangebroken om de gegraveerde gouden platen in ontvangst te nemen. Bij elk bezoek gaf Moronie meer informatie over wat de Heer zou gaan doen en hoe zijn koninkrijk bestuurd moest worden. (Zie GJS 1:27-54.)
Op een avond toen Joseph Smith trachtte de gouden platen te verkrijgen kreeg hij een lesje want hij strekte zijn hand uit en probeerde de platen weg te nemen maar op dat zelfde moment kreeg hij echter een schok die hem enigszins van zijn kracht beroofde. Na een ogenblik te hebben geaarzeld ondernam hij een tweede poging maar kreeg nu een grotere schok. Wat de oorzaak hiervan was begreep hij niet want hij dacht dat lichamelijke kracht en inspanning voor hem voldoende waren om het verslag te verkrijgen. De derde keer dat hij zijn hand uitstrekte om de gouden platen weg te nemen kreeg hij een aanzienlijk sterke schok die zijn krachten ondermijnden en hem machteloos maakte. In zijn opwinding en zonder erbij na te denken riep hij uit: ‘Waarom kan ik het boek niet krijgen’? ‘Omdat je de geboden van de Heer niet hebt onderhouden’, antwoordde een stem dicht bij hem. Hij keek op en aanschouwde tot zijn grote verbazing de hemelse boodschapper van de vorige bezoeken. (Joseph F. Smith, Essentials in Church History, blz. 49.)
Op 22 september 1827, na vier jaar van voorbereiding, gaf Moronie de gouden platen aan de profeet Joseph Smith en zei dat hij met het vertaalwerk kon beginnen en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.