Sinds de eind jaren zeventig rij ik op een motorfiets rondjes door Nederland en daarbuiten. Ik ben nog van de generatie die voor vijftien gulden op het politiebureau een bordjes met daarop de letter L kon ophalen, en die op een nummerplaat plakte. Zodat je legaal met een motor een bepaald gebied mocht verkennen.

Zo zijn er in de loop der jaren 250, 500, 750 en 1000 cc’en de revue gepasseerd. Waarvan er een aantal voorzien waren van een zijspan, dus rijden op drie wielen is mij ook niet geheel onbekend. Met een ouderwetse jet helm op de kop, een verschoten leren jack, versleten handschoenen en een paar oude leger kistjes als veilig schoeisel, mocht ik op mijn plaat gaan! En zo rij ik vandaag de dag nog steeds mijn rondjes met de oude meuk aan.

Op dit moment rij ik op een stampend, rokende twee cilinder mijn rondjes. 450 CC groot, die zo rond de 100 kilometer per uur heerlijk deur dondert.

Nu is de wereld wel een beetje veranderd, en ik ook. Veertig jaar geleden wilde de Pluis nog weleens een stukje op zijn achterwiel rijden, roken op de motor, de zaak met ijzerdraad bij elkaar houden en af en toe een dik oog hebben omdat een vliegbeest de confrontatie met mij aan ging.

Vandaag de dag stap ik af met pijn in mijn heupen, rook niet meer ( op de motor), zwaai nog steeds naar andere motormuizen die niet meer terugzwaaien en fluit nog steeds een deuntje onder het rijden. Wat mij vaak op verwonderende blikken komt te staan van alles en nog wat, die mij met het grootste gemak aan beide kanten veelal bellend, scherend en randstad- opmakend inhalen.

Soms kijk ik met een scheef oog naast mij, als ik voor een stoplicht sta, naar andere motorgekkies. Voorzien van een navigatiesysteem, oortjes, met een dashboard waar zoveel licht uitkomt dat het een bordeel doet verbleken en de vele heren en dames voorzien zijn van fluorescerend hesje. Met een helm op, die ook geschikt is voor een verre trip naar de maan.

Waar zijn de echte motorrijders gebleven?

Die onderweg een glas bier in hun mik gieten, opstappen en wegrijden. Met een tentje achterop. gewikkeld in een vuilniszak. Waar het pakje zware shag altijd in de jas zit, en als het regende je heel langzaam je laars voelde vol lopen. Gewoon de weg kwijtraken, en op de borden namen ziet staan die je nog geen eens uit kon spreken. en je op goed geluk je stuur omgooide richting weet ik veel. Met een oude tas op de tank vol met ijzerdraad, gereedschap en droge sokken.

Alles in het leven lijkt wel uitgestippeld. En wat niet uitgestippeld is, stippelen we uit. Maar oh, oh oh als er een kink in de kabel komt!

Landen als Spanje, Italië, Duitsland, Denemarken, Schotland, België etc. werden in het verleden door de Pluis bestormd. Een paar guldens en briefjes op zak omdat je niet kon pinnen, een oude kaart met tape vastgeplakt op de tank die na een regenbui niet meer te lezen was en soep met brood de heilige maaltijd was, met een blikje bier. Ochtend of avond, wat maakte het uit.

Dat kleine stukje uit mijn verleden koester ik (ook). Ik weet dat ik schril afsteek tegen mijn mede motor broeder en zusters. Maar na 40 jaar geniet ik nog steeds als ik rondplof, baal als regent en koud is en als een malle eppie mijn motor af en toe een schouderklopje geef, als ik er langs loop. En hem vervloek als zij zegt: nu effe niet!

Nostalgie, nooit verwacht dat het mij zou overkomen. Hoe ouder, hoe ge……..Ik herken het nu wel!

 

 

Stem op deze column!