Nederland

Door de ogen van….Mariano Marti

 

Marktwerking in de zorg

 

Marktwerking in de zorg. Een onderwerp wat  zowel door voor- als tegenstanders, met name politici, als onderwerp van discussie naar voren wordt gebracht.

Er is veel over te doen geweest en nog steeds. Maar ik, als burger een zorgconsument, hoe kijk ik er zelf tegen aan? Met zorgconsument bedoel ik te zeggen dat ik zorg afneem (van huisarts of ziekenhuis) en dat ik voor het afnemen van die zorg verplicht verzekerd ben bij één van de grote zorgverzekeraars die ons land telt.

Nou goed, zoals gezegd zijn voor- en tegenstanders van marktwerking in de zorg. Maar wat merk ik  zelf, als zorgconsument, van deze marktwerking? Nou, eerlijk gezegd niet veel. Nou ja, dat is niet helemaal waar. Ik merk dat mijn zorgverzekeringspremie steeds hoger wordt zoals ook het eigen risico of dat er zaken die voorheen binnen het standaard basispakket vielen, nu opeens aanvullend verzekerd dienen te worden. Maar was de marktwerking binnen de zorg niet geïntroduceerd om juist deze zorg goedkoper en kwalitatief beter te maken?

Sinds de gefaseerde introductie van marktwerking binnen de zorg in 2005, waarbij het DBC-declaratiesysteem (DBC= Diagnose behandelcombinatie) het licht zag, is er door zorgverzekeraars weinig gedaan om zorgverleners (ziekenhuizen o.a.) te ‘dwingen’ om hun bedrijfsvoering op zowel kwalitatief als op financieel gebied zodanig aan te passen zodat deze  concurrentie-versterkend zou werken en derhalve voor de zorgconsument de zorgkosten lager zouden worden.

Wat is nu de oorzaak dat de beoogde marktwerking binnen de zorg moeilijk op gang komt en ik als zorgconsument nog geen profijt van deze marktwerking heb mogen ondervinden? Ik denk zelf dat dit komt door o.a. het volgende: Kwaliteit: als we kijken naar de kwaliteit van zorg, dan kunnen we toch wel algemeen stellen dat de kwaliteit van zorg in Nederland goed is. De artsen, specialisten en overig zorgpersoneel hebben over het algemeen de juiste kennis en ervaring en de meeste medische apparatuur en medische gebruiksartikelen wat in Nederlandse ziekenhuizen te vinden is, is ‘state- of- art’ m.a.w.: het nieuwste van het nieuwste is door Nederlandse ziekenhuizen aangeschaft om de Nederlandse zorgconsument van de nieuwste technologische ontwikkelingen op medisch gebied te kunnen laten profiteren. Dat is dus niet te vergelijken met landen waar je naast eerste ook tweederangs ziekenhuizen hebt. Waar je, afhankelijk van het geld wat je kunt besteden, terecht kunt bij een kwalitatief goed of een kwalitatief minder goed ziekenhuis, waar het personeel het met zeer beperkte en verouderde middelen zijn werk moet doen. Die grote verschillen zie je hier in Nederland niet.

Onwennig: Als tweede oorzaak heb je de factor ‘onwennig’. Zorgverleners zijn niet gewend met elkaar te concurreren. Er werd juist door ziekenhuizen, specialisten en inkopers samengewerkt om synergievoordelen te behalen en van elkaars expertise gebruik te maken. Met de introductie van marktwerking is je buurman (lees: andere zorgverlener) opeens een zakelijke ‘vijand’.

Angst: Dan heb je nog de ‘angst’ bij zorgverzekeraars om klanten te verliezen wanneer zij niet de zorgverlener hebben gecontracteerd waar ‘de klant’ i.v.m. afstand of anderzijds, graag naar toe zou willen gaan. Dat is de reden dat zorgverzekeraars in eerste instantie, ook ná de introductie van de marktwerking, zoveel mogelijk ziekenhuizen gingen contracteren. Zij wilden en konden zich niet veroorloven dat een klant naar een andere zorgverzekeraar zou stappen omdat ‘zijn/haar’ ziekenhuis niet bij de desbetreffende zorgverzekeraar was gecontracteerd.

Ontbreken van noodzaak: de hierboven genoemde angst bij de zorgverzekeraars om kanten te verliezen met als gevolg dat zij zoveel mogelijk zorgverleners gingen contracteren, heeft ertoe geleid dat er bij ziekenhuizen de noodzaak ontbrak om aan kostenverlaging te werken door o.a. aanpassing van de interne bedrijfsvoering.

Bovenstaande factoren hebben er toe geleid dat de zorgverzekeringspremies van de verschillende zorgverzekeraars qua hoogte nauwelijks van elkaar verschillen. Natuurlijk zijn er wel hier en daar wat verschillen t.a.v. de kosten van aanvullende zorgpakketten maar nog steeds zijn deze verschillen marginaal. Ik kan nu als burger en zorgconsument wel jaarlijks gaan ‘shoppen’ bij de verschillende zorgverzekeraars maar het prijsverschil loont vaak de moeite niet plus dat je niet ieder jaar opnieuw geconfronteerd wilt worden met de nodige administratieve aanpassingen. Zeker niet als het verhoudingsgewijs weinig geld oplevert.

Nu wordt er de laatste tijd gesproken over het centraliseren van specialistische zorg op een beperkt aantal locaties. Op zich is dat een goed streven omdat je daarmee voorkomt dat er veel dubbele middelen en personeel ‘stand-by’ staat terwijl er op de ene locatie veel gebruik van wordt gemaakt en op de andere locatie niet. M.a.w.: zonde van het geld als dure medische apparatuur niet volledig wordt benut. Aan de ander kant vereist centralisatie van specialismen wel de nodige infrastructurele aanpassingen die je niet 1,2,3 geregeld hebt. Als je op één locatie veel van hetzelfde specialisme aanbiedt, moet je dat als zorgverlener wel kunnen verwerken. Je moet over de juiste middelen (apparatuur en specialistisch personeel) kunnen beschikken en ik zie het niet zo gauw gebeuren dat er grootscheepse verhuizingen van medische apparatuur of personeel tussen de zorgverleners zullen plaatsvinden.
Ik als zorgafnemer kan nu, op dit moment, niet anders constateren dat marktwerking in de zorg, voor mij als zorgafnemer,  geflopt is. Dat neem niet weg dat ik uiteraard open sta voor andere nieuwe frisse ideeën, alternatieven die uiteindelijk wél voor een verlaging van de zorgkosten zullen zorgen. Maar of ik er in geloof??