boodschappen buitenland

In het Franstalige gedeelte van België stond ik bij de Carrefour-supermarkt in de rij voor de kassa. Ik had een fles wijn en een stokbrood en alle tijd van de wereld. Het kijken naar mensen is een van mijn favoriete bezigheden dus er was genoeg te doen. Voor me stond een gezelschap van een wat oudere man en vrouw en een jonger stel. Ik schatte hen pa, ma, zoon en schoondochter. Duidelijk Nederlanders, iets dat me direct deed besluiten mijn mond te houden en niets te zeggen. De schoondochter was zwanger, het pluizige baardje van haar jonge echtgenoot en zijn blozende wangen maakten dat ik me afvroeg of het wellicht een ‘ongelukje’ was.

Zij hadden de boodschappen al op de band gelegd. Weinig spannends. Het enige dat er uitsprong was een fleurige vliegenmepper. Ik vroeg me af of ze kampeerden. Dan is een vliegenmepper kansloos. Dat weet ik. De jongeman hing verveeld over het karretje en blokkeerde de doorgang. Hij leek niet helemaal gelukkig met de situatie, misschien was zijn idee van vakantie meer een swingende week op Ibiza. En nu zat hij opgescheept met zijn ouders in een suf Belgisch dorp.

“Ga wat naar voren, dan kan die mevrouw haar spullen ook op de band leggen.”

Pluisje keek achterom maar mij. Hmm, twijfelgeval, hij kon het risico wel nemen.

“Hoezo, ze wacht maar even hoor.”

Het afrekenen stuitte natuurlijk op de nodige taalbarrières maar uiteindelijk werd de buitenlandse bankkaart geaccepteerd en konden de boodschappen in de tassen geladen worden. De vraag “wilt u de bon” werd door moeder niet begrepen, net zo min als “wilt u zegeltjes”. Haar vragende blik deed de kassière besluiten alles bij elkaar te vouwen en met een glimlach in de handen van de vrouw te duwen. Die stopte alles in haar enorme huishoudbeurs, waarna het veilig in haar handtas verdween. Om thuis nog eens na te kijken.

Ook ik had inmiddels mijn spulletjes op de band gelegd en stond vlak bij de kassa. De tassen van het gezin werden opgetild, uiteraard door de mannen en men maakte aanstalten te vertrekken. En toen kon ik het niet laten. “Fijne vakantie nog!”, wenste ik hen. Geschrokken werden vier hoofden gedraaid. De blik in hun ogen was goud waard.

Nederlanders
Stem op deze column!

Machteld

Meer Columns van mij - Website

Ik ben te vinden op:
Delicious