Op mijn werk hebben we een Sip-Well.  Je kent dat wel, zo’n watermachine met daar een omgekeerd reservoir bovenop zodat je naar believen koud of warm water kan nemen.  Kan je je voorstellen dat zoiets in een woestijn zou staan?  ’t Zou een ‘goddelijk’ item zijn.  Mensen zouden er offers voor brengen en er zouden lange wachtrijen met mensen met jerrycans staan.

Bij ons in het bedrijf stond het echter wat ‘vergeten’ in een hoekje.  Het werd wel gebruikt, alleen… dat was het dan ook.  Maar sinds kort zijn we verhuisd.  En onze Sip-Well heeft een nieuwe plek gekregen.  Hij staat centraal –  een plek die zo’n goddelijk item verdient – voor een witte muur en is daardoor bijna verheven tot een soort van kunstwerk. 

De klusjesman – die ik voor de gemakkelijkheid Harry zal noemen (zoals in handige Harry) – wees me echter op een probleem.  “Je achterkant mankeert”,  zei hij joviaal.  Ik gaf hem een kwaaie blik en hij schoot in de lach.  “Allez… van de watermachine wil ik zeggen”, vervolgde hij corrigerend.  Inderdaad, doordat de Sip-Well machine uit de hoek was gekomen viel het op dat er kennelijk een stuk ontbrak.  Lelijke leidingen – hier en daar bedekt met een laagje stof – waren zichtbaar en er hing een soort van kaart aan de grootte van een A4-blad met instructies of zoiets.  Hoe lelijk!  Ik tokkelde wat op de tapkraantjes van het water en merkte bovendien een probleem op met de warmwaterkraan die ‘kapot’ bleek.  Harry adviseerde me de leverancier te bellen en een nieuw toestel mét achterkant te vragen.

Ambitieus als ik ben ging ik dat niet op de lange baan schuiven en ik belde onmiddellijk met het bedrijf waar ik een aardige dame aan de telefoon kreeg.  “En wat is juist het probleem?”, vroeg ze vriendelijk.

“Wel… er zijn twee problemen.  Ten eerste werkt de warmwaterkraan niet en met de verhuis hebben we gemerkt dat de machine geen achterkant heeft.  Ik vermoed dat die er nooit geweest is  maar het viel niet op omdat die machine in de hoek stond maar nu zien we het dus wel…”  “Ok, ik stuur iemand met een nieuwe machine”, zei de vrouw gedienstig.

Een collega van mij die toevallig voorbij kwam wees me al op een fout.  “Euh… Iris… wat is er mis met die warmwaterknop?”, vroeg hij curieus.  “Die blokkeert”, zei ik spontaan.  “Daar zit wel een kinderslot op.  Wist je dat?”   Verdomme he!  Ik had het kunnen weten.  Ik en kindersloten!  Ze hadden ze Iris-sloten moeten noemen.  Neen, dat wist ik dus niet.  Ik vond het wel vreemd dat de dame aan de telefoon er geen melding van gemaakt had maar ik weet dat aan het feit dat ik waarschijnlijk heel overtuigend was in mijn claim dat het ding kapot was.  Ik bedankte mijn hulpvaardige collega om mij zo discreet op mijn stommiteit te wijzen maar praatte het direct goed door te zeggen dat ze toch moesten komen voor die achterkant die ontbrak dus eigenlijk was er niks aan de hand.  Mijn lieve collega knikte instemmend en de werkzaamheden werden voortgezet en ‘het incident’ werd vergeten tot…

Daar stond hij eindelijk: de Sip-Well man!  Niet bepaald de Coca-Cola man, die trouwens teleurstellend ook in de verste verte helemaal niet lijkt op  de Coca-Cola man uit de reclame.  Maar enfin, een gedienstige ‘waterman’ die de omvangrijke nieuwe machine helemaal tot bij de staanplaats van ons achterkantloos model had gesleurd. 

“En wat scheelt eraan?”, vroeg hij engizins opgelucht nadat hij het nieuwe toestel al helemaal tot aan de eindbestemming had gesleurd.  “Ik hoop dat u het over het toestel hebt?”, antwoordde ik laconiek, want anders gaat het hier nog lang duren.  De man toverde een lach op zijn rimpelige gezicht.  Ik zweeg als de dood over de warmwaterknop.  “De achterkant mankeert”, zei ik op een bijna bazig toontje.  “Euh… mevrouw… die toestellen zijn wel zo…”, was het antwoord.  Potverdorie!  Harry had me goed liggen gehad.  Achteraf heb ik vernomen dat Harry het ook niet wist.  En ook mijn mannelijke collega met wie ik de warmwaterknop-toestand besproken had had nooit gedacht
dat het Sip-Well toestel er zo mottig hoorde uit te zien.

Die toestellen zijn dus gewoon echt archi-lelijk ontworpen. “’t Is niks, mevrouw”, zei de vriendelijke waterdrager. “ Ik moest hier toch zijn om water te leveren,” vervolgde hij op een bijna sussende toon.  Maar toen gaf hij me – heel even maar – een  ‘t-is-weer-een-vrouw blik.  Sorry, maar ik heb gebeld omdat Harry dat adviseerde.  En Harry is héél man!  En wat hebben we geleerd…  Never trust the handyman!