Dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat wete te verwerven”,(1 Tessalonicenzen 4:4.) Het woord vat in deze passage wordt geïnterpreteerd als “lichaam”. De mensen moeten hun lichaam beheersen, respecteren als tempels van God en die met eren behandelen. Ze moeten het lichaam niet gebruiken als werktuigen voor zinnelijke bevrediging. “Geheiligd worden betekend rein worden, zuiver en vlekkeloos, vrij zijn van het bloed en de zonden van de wereld, een nieuw schepsel van de heilige Geest worden, een mens, wiens lichaam vernieuwd is door de wedergeboorte van zijn geest. Heiliging is een toestand van heiligheid die alleen wordt bereikt door zich te onderwerpen aan de wetten en verordeningen van het herstelde evangelie. Het plan van zaligheid is het systeem en het middel waardoor de mensen hun ziel kunnen heiligen en daardoor voor een celestiaal erfdeel in aanmerking kunnen komen”. McConkie MD, blz. 675.)

Immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht. (1 Tessalonicenzen 5:2.) “Ik weet niet wanneer Hij zal komen, Niemand weet dat. Zelfs de engelen in de hemel verkeren in onzekerheid omtrent deze grote waarheid. (Zie Matteüs 24:36-37.) Maar ik weet wel dat de tekenen waarop gewezen wordt zich voordoen. De aarde is vol ellende en beroering. Het hart laat de mensen in de steek. We zien de tekenen zoals we de vijgenboom haar bladeren zien voortbrengen en weten dat de tijd nabij is en het betaamd mij en het betaamd ú en alle mensen op aarde, acht te slaan op de woorden van Christus tot zijn apostelen en waakzaam te zijn, want wij kennen dag noch uur. Maar laat ik u dit zeggen, de dag zal komen als een dief in de nacht, wanneer velen van ons er niet klaar voor zullen zijn. (Smith, D0S, deel 3, blz. 52-53.)

In 1 Tessalonicenzen 5:2 vergelijkt Paulus de komst van de Heer met de komst van een dief in de nacht. Met andere woorden, de dag zal komen onverwacht en zonder waarschuwing. (Zie ook LV 106:4-5.) maar de uitwerking die de wederkomst op de mensen zal hebben zal variëren, omdat er twee fundamenteel verschillende groepen mensen zijn. Paulus trekt de analogie van dag en nacht door en betiteld deze twee groepen als volgt:

De kinderen van de nacht. Dat zijn de mensen van de wereld die in duisternis wandelen en vrijwel niets met God hebben en daarom zullen zij de tekenen niet “zien” die de nadering van deze geweldige gebeurtenis zullen inluiden. De “dag des Heren” zal een vreselijke dag voor hen zijn.

De kinderen van de dag. Dat zijn de mensen die in licht en waarheid wandelen omdat zij een relatie met God onderhouden. Zij “zien”de waarschuwingstekenen en zijn daarom geestelijk voorbereid op de komst van Jezus. Voor hen zal de “dag des Heren” een geweldige dag zijn.

Paulus beschrijft de kinderen van de nacht niet verder, want er zijn geen bijzondere voorbereidingen of kwalificatie voor nodig om bij deze groep te worden ingedeeld. Maar hij omschrijft duidelijk hoe iemand een kind van de dag kan worden. (Zie 1 Tessalonicenzen 5:11-23.) Zij die de kinderen van de dag zijn zullen nuchter zijn, dat wil zeggen; ze zullen de uitermate ernstige aard van het leven en de noodzaak van geestelijke voorbereiding onderkennen. Ze zullen de “plechtige ernst der eeuwigheid” immer in hun gedachten doen zijn. (Zie LV 43:34.) En dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.