KLIMAATVERANDERING

Ik volg dit onderwerp al sinds het begin van de jaren zeventig, na het lezen van het “Rapport van de Club van Rome”, een pocket uitgave in de Prisma reeks van uitgeverij het Spectrum, die je al snel voor een paar centen in de uitverkoop bakken vond.
Het wekte destijds nauwelijks interesse, maar de verwachtingen en berekeningen blijken achteraf angstvallig accuraat.
Tegenwoordig wordt de “klimaatverandering” breder gedragen en geloofd, en toch merk je aan het gedrag van de massa dat het hun nauwelijks interesseert.
Maar de “ abstracte, ver-van-mijn-bed-show”, komt steeds dichterbij, wordt almaar hoger op ons bordje gelepeld, en is inmiddels een merkbare dreiging geworden.
Het gaat echter te langzaam om er echt wakker van te liggen, en al die records die worden gebroken, worden op de duur vreselijk saai. We geloven het wel. “Wat meer warmere en hetere dagen, wat meer regen, wat zou het allemaal. Lekker zo’n lange zomer, hoeven we eindelijk niet meer zo ver om de zon te zien, en de boeren zijn blij met wat extra nattigheid. Bovendien sorteren we ons afval, dus het komt wel goed”, is de teneur. Wat er intussen borrelt en bruist ontgaat de meesten, en wat het journaal laat zien is meestal te ver weg om ons druk te maken. “Je kent dat wel, die arme landen, die zijn altijd de pineut. Hier gebeurt zoiets niet!”
Maar het gebeurt wel degelijk ook hier, en nog hebben wij genoeg geld in kas om de eerste gevolgen op te vangen, al krijgt iemand hier of daar natte voeten, verliest een enkeling zijn hebben en houwen aan overtollig water, of sterven een handvol zieken en ouderen van de warmte. Wie maalt erom, we zijn toch allemaal goed verzekerd!
De bedragen ter bescherming worden hoger, en je kunt geen compleet land, een heel continent omgeven met dijken en waterkeringen van honderd meter hoog, en dan nog: teveel spoelt gewoon de riviermondingen binnen, of zelfs verraderlijker, valt vanaf de achterliggende centrale bergmassieven simpelweg over ons heen. Afgelopen voorjaar was het plaatselijk zo erg, dat op een hooggelegen plateau in de buurt waar ik woon, mensen uit hun huizen werden gespoeld door overtollig hemelwater. Het waren er maar een paar, niet genoeg voor wereldnieuws, maar hoe bescherm je je tegen wat van boven komt?
De politiek sust ondertussen. Een van de schandelijkste leugens van het afgelopen jaar is het “Akkoord van Parijs”. Onder anderhalve graad, ja dat had je gedacht; daar zitten we al boven, gemeten vanaf de oorspronkelijke ijkpunten: het begin van de metingen die ook “De Club van Rome” als uitgangspunt namen. Dus wat deden de goochemerds in Parijs? Ze schoven het startpunt gewoon een paar decennia op, en zie: het resultaat was een stuk bevredigender, en dat is wel zo goed voor de economie, als je niet onmiddellijk alle kranen hoeft dicht te draaien. Het volgende ijkpunt zal wel het jaar van Kyoto worden om met man en macht onder de twee graden te blijven, maar helaas trekt onze statig ronddraaiende bol zich van al dat gesjacher geen zak aan.
Ondertussen verzuren de oceanen dankzij de uitstoot van broeikasgassen, en sterft het fytoplankton af, dat voor de helft verantwoordelijk is voor onze zuurstofvoorziening.
Simultaan met de aangekondigde lapmaatregelen van Parijs, bekvechten de grote mogendheden en multinationals over de exploitatie van de polen waar miljoenen tonnen methaangas liggen ingevroren: het schadelijkste broeikasgas dat we kennen.
Het is al eerder gebeurd dat methaangas massaal vrijkwam, lang voordat wij er waren, dus we konden er niets aan doen, maar wat toen gebeurde zou een waarschuwing moeten zijn. Binnen luttele jaren steeg de gemiddelde temperatuur op aarde met zo’n zes graden, en veegde pardoes al het leven van de bol. Dat was lang voor de dinosauriërs verschenen, en alles moest weer opnieuw beginnen.
Alles, niets leefde meer, en van alles wat daarvoor leefde kwam ook niets terug. En wat wil het “intelligente” beestje dat mens heet: boren in dat levensgevaarlijke methaan om bij fossiele brandstoffen te komen die bij verbranding ook nog eens broeikasgas produceren.
De grote troost is: dat als de Shell’s en Exxon’s van deze wereld de toestemming krijgen, we niks beter verdienen dan voorgoed te verdwijnen.

Zelfs al blijft dat methaan lekker diepgevroren, dan wil dat niet zeggen dat daarmee onze toekomst is verzekerd. Onze intensieve veeteelt produceert genoeg methaan om ons op termijn de das om te doen. Wat wij daartegen moeten is vrij simpel: gewoon minder vlees eten met ons allen, dan is er minder vee nodig, en winnen we bovendien miljoenen hectare land om ander voedsel te verbouwen.

Oh, en dan is er ook nog dat andere broeikasgas waarvan wijzelf per dag tonnen produceren. We ademen het uit, zweten het uit, net als de dieren rondom: CO2 of koolstofdioxide.
Dat is nog wel op te vangen, al worden wij stilaan met wat veel, maar wat wij daarnaast produceren begint langzaam hallucinante proporties aan te nemen.
Brakende verkeersstromen, walmende industrieën, en wat te denken van uitstoot-monsters als vliegtuigen waarvan er elke dag honderdduizenden door het luchtruim scheuren. Ondertussen maken wij ons druk om wat as van een vulkaan, of de buurman die een sigaretje rookt op zijn balkon.
Natuurlijk zijn vulkanische uitbarstingen gevaarlijk, vooral als ze in kettingreactie reageren; en over roken hoef ik hier geen boom op te zetten, dat doen anderen al genoeg. Het gaat om de verhoudingen, en die zijn schever dan de Toren van Pisa.
Wat een drukte om onze gezondheid, terwijl we de dagelijkse vergiftiging door b.v. gemotoriseerd verkeer niet alleen accepteren, maar zelfs stimuleren. Maar natuurlijk gaat het hier alweer om een serieuze economische impact als we resoluut de kraan van de fossiele brandstof dichtdraaien.
Ondertussen neemt het aantal astmalijders toe, en raakt het milieu oververzadigd, waardoor er meer en meer CO2 in de atmosfeer wordt opgeslagen.
Wat een drukte om onze gezondheid, terwijl we de dagelijkse uitstoot van energiecentrales, verbrandingsovens, vervuilende industrieën… accepteren en stimuleren. Het residu van dit soort sigaren veroorzaakt heel wat meer ellende dan die van een niet zo onschuldige sigaret; en toch kopen we auto’s bij de vleet, verlangen we steeds meer energie…
Maar dat wordt toch allemaal minder vervuilend, hoor ik u denken. Vergeet het maar! Olie en gas moeten tot de laatste druppel worden gebruikt om te voorkomen dat complete staten omvallen. Het zal hoe dan ook worden verbrand, en al plaatsen we daar nog zoveel filters op: CO2 blijft het resultaat. En waar moet je met al dat opgevangen spul naartoe? In de omgeving, die al verzadigd is?
We raken er niet vanaf: het huidige beleid is op uitstel gebaseerd, en biedt geen zogenaamde duurzame oplossingen. Zelfs niet i.d.v.v. wind of zon, die nog niet zolang geleden gewoon gratis waren.
Want alles dat niet wordt gebruikt blijft, leert ons “de wet op behoud van energie”, maar niet op een manier die voor ons bruikbaar is, en in dat geval is het afval dat weer ergens verdwijnt; in de atmosfeer m.n.
Schoon bestaat niet: levende wezens produceren, en verschillende van die producten zijn afvalstoffen die op zijn best worden omgezet in bruikbare materie, maar lang niet altijd, en lang niet alles…
Het menselijk beestje vergt gewoon te veel van zijn omgeving, met het altijd aanwezige gevaar van dichtslibben. Het alternatief is minder produceren, minder verbruiken, maar ja, dat is dan weer slecht voor de economie.
Dus wat is het belangrijkste, is de vraag: lang, met veel minder verbruik, of kort, met het in razend tempo opsouperen van de mogelijkheden, maar stop dan in vredesnaam met kinderen maken, om hen niet te laten opdraaien voor wat wij voor ze hebben verkloot!

Eigenlijk is de mens het domste beestje dat ik ken (en ik kan het weten want ik ben er zelf een). Niet alleen ijvert het vlijtig richting catastrofe, maar bovendien zorgt het aan de basis dat het niet kan ontsnappen.
Door de opwarming neemt de hoeveelheid neerslag jaar na jaar toe. Logisch, want warmte doet verdampen. Toch asfalteren, betonneren en betegelen we lustig verder, waardoor het teveel aan water nauwelijks nog de kans krijgt weg te trekken. Maar och; waarover zouden we moeten zeuren als we echt slim zouden zijn? Het is veel leuker regelmatig het nieuws te halen met volgelopen kelders en natte voeten. Natuurlijk, er worden wachtbekkens gegraven, en oude waterlopen in ere herstelt, maar wat er aan verhard oppervlak bijkomt overtreft vele malen deze maatregelen. (Ik heb het over de globale situatie, voordat iemand met het argument komt: “in onze regio is dat niet waar!”)
Daarnaast nemen andere extremen hand over hand toe. Iedereen kent de beelden van de resultaten van orkanen, aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s. Dan moeten we de put weer dempen na het verdronken kalf. Dure operaties, maar nog altijd goedkoper dan het definitief dichtdraaien van alle vervuilende kranen, maar hoe lang nog… Hoelang voordat ons cynisme ons ook financieel voorbij holt…?
De mens is blijkbaar aan de mens niks gelegen, getuige het jaarlijkse verlies aan levens. En waarom ook? Wij zijn niet bepaald zeldzaam (wel met uitsterven bedreigd, overigens), met ons aantal van zeven miljard horen we bij de meest voorkomende soorten op de planeet, en van alles dat groeit en bloeit eigenen wij ons de grootste ruimte toe. Habitat tekort, dat lossen we wel even op: er valt vast nog wel een stuk bos te rooien!
Die onachtzaamheid begint ons op te breken, waarom het niet alleen het stijgende water is dat zorgen baart, maar vooral de toenemende neerslag en de bijbehorende erosie die we zelf in gang hebben gezet.
En wat doen beleidsmakers? Sussen en lapmiddelen bedenken: “Als we voor het jaar tweeduizend-en-nog-wat dat doen, dan…” Ze snappen het niet, hebben geen benul; laten zich raden, maar instrueren hun adviseurs: “Zorg dat de economische impact niet te groot is”.
Daar zorgen de brave borsten voor, op papier toch, terwijl de planeet rustig verder protesteert. Want natuurlijk hangt alles samen. Bewijs wordt zolang ontkent tot het echt niet meer anders kan, want Wij zijn De Mens, en kunnen alles beheersen.
De planeet grijnst, en ziet zijn oceanen verzuren, de polen en gletsjers smelten, land onder water verdwijnen, koraal en plankton afsterven, permafrost ontdooien…, en de verhoudingen veranderen.
Schuivende aardplaten knallen steeds vaker steeds harder, met hier en daar een tsunami tot gevolg. De druk onder de dunne aardkorst bouwt op, en de uitlaatkleppen, de vulkanen rommelen met fascinerende toeristische plaatjes als resultaat, tot er een welvaartsstad wordt getroffen, maar ook dat catalogiseren we als individuele ramp. Net als verzuipen door te hevige regenval, het mislukken van oogsten, of orkanen die complete gewesten bedreigen…
De argumentatie is simpel: dit soort rampen hebben altijd al plaatsgevonden. Ja, maar niet in zo korte tijd, met deze frequentie en opeenvolging van verschillende fenomenen.
Wanneer stoppen we met de kloothommels aan het roer nog langer te volgen, en nemen we met ons allen het heft in handen om deze waanzin ren naar meer te stoppen? Waarschijnlijk nooit! Want zoals ik hierboven al argumenteerde: we zijn het domste beestje dat ik ken! Met open ogen vrolijk naar de slachtbank; een rund of schaap doet beter, want die beseffen het tenminste…