Voor de visite die vanavond komt organiseer ik samen met pa een barbecue en daarna gaan we de wedstrijd kijken. Onze dames moeten tegen Australië; het belooft een spannende pot te worden. Australië is een van de sterkste tegenstanders van Nederland. Ze hebben het deze poulefase tot nog toe maar makkelijk gehad tegen Japan, België en Nieuw Zeeland.

 

Ik loop naar huis met een boodschappentas in mijn hand en een oranje cowboyhoed op. Als ik bijna thuis ben zie ik mijn buurvrouw bij de deur staan. “Zo,” zegt ze “jullie zijn er nu al klaar voor.” Ik lach terug en denk bij mezelf: hoezo ‘nu al?’, de wedstrijd is vanavond!

 

Later heb ik door dat ze het WK voetbal bedoelt. Ik kijk naar mijn vader, die naast me loopt, ook met twee boodschappentassen. “Pap, waarom brengt het voetbal in Nederland zoveel meer heisa naar boven dan de hockey?” Hij weet het niet zegt hij. Van jongs af aan zijn wij rasechte hockeyers. Waarom wordt met “het Nederlands elftal” automatisch het voetbal elftal bedoeld? Bij hockey zijn er toch ook elf?

 

Op marktplaats wordt er nu gehandeld in juichpakken. Bij de Appie staan er dranghekken voor de kinderen, omdat ze hamsters bedelen. Dit is allemaal met oog op het WK voetbal.

 

Wij, nationalistisch als het maar kan tijdens het WK voetbal, zouden op onze kop staan als we door de poulefase heen komen. Waarschijnlijk laten we het dan tegen Brazilië alsnog liggen. In tegenstelling tot de hockey: we winnen bijna alle wedstrijden en staan meerdere EK’s en WK’s achter elkaar in de finale.

 

Waarom is hockey minder populair in Nederland dan voetbal? Van der Vaart en Van Persie zouden nog flink wat kunnen leren van de hockeyers; Er is bij hockey dubbel zo veel kijkplezier, want we kijken naar mannen én naar de vrouwen; Het Nederlands vrouwenhockeyelftal bevat meerdere gespierde benen; En tot slot: door de zelfpass en het harde kunstgras ligt de speelsnelheid bij hockey erg hoog. Waag toch maar een poging om de finales Nederland – ? te kijken.