“Thuis kan hij het wel!”, hoe vaak wij dat als leerkracht horen. Of ouders die van ons een verklaring eisen van het feit dat hun kind geen A’s scoort op cito’s, terwijl iedereen in de familie zegt dat hij zo slim is.

Wat zegt je tegen die ouders, als je op school helemaal niet van hun bewering ziet? En wat doe je dan?

Allereerst kijk je altijd of de bewering van ouders waarheid kan zijn. Je gaat op onderzoek in schriften, (cito) toetsen, archief van vorige jaren. Je spreekt met collega’s die het kind al in de klas hebben gehad en je observeert het kind extra goed. Meestal is dat alleen een bevestiging van alle informatie die je al over deze leerling hebt. Een heel enkele keer komt het voor dat je inderdaad verrast wordt door een leerling.

In beide gevallen ga je na je “onderzoek” weer in gesprek met ouders. Als je de resultaten van je onderzoek op tafel legt, zijn de meeste ouders erg teleurgesteld, vaak vol ongeloof en niet minder vaak boos over je “onkunde”.

En dan begint het probleem pas. Ouders eisen extra hulp, RT, gaan thuis enorm met hun kind oefenen, zodat het zijn vermogen tenminste ook aan ons laat zien. Dit heeft meestal een averecht effect. Een kind krijgt een hekel aan school, zijn zelfvertrouwen daalt rap. Hij moet immers veel extra tijd besteden aan school, kan minder spelen. En op school merkt hij niks van zijn extra inzet, want papa en mama bieden niet de dingen aan die hij in de klas nodig heeft. Een voorbeeld van een “helpende” ouder: het kind moet iedere avond woorden uit het woordenboek overschrijven om zijn spelling te oefenen. Dit terwijl ze in de klas bezig zijn met de moeilijkheid van een d of t op het eind (hond-tent).  Het kind investeert veel, maar merkt geen effect. En ouders maar volhouden dat ze zo goed oefenen met hun kind.

In mijn 15 jaar ervaring heb ik ieder jaar zo’n 3 tot 4 ouders die dit gesprek met mij voeren. Van die 45 tot 60 kinderen waren er 2 die daadwerkelijk meer in hun mars hadden dan ze lieten zien in de klas. En dan moet je nog onderzoeken waarom het kind dit op school niet laat zien. Als de oorzaak faalangst is, dan kunnen we dit kind wel extra werk geven, maar zal hij het eerder als last dan als lust zien.

Ouders hebben er blijkbaar moeite mee als hun kind niet naar het HAVO of VWO gaat. Maar helaas ouders, wij kunnen van een kind met VMBO –capaciteiten geen HAVO/VWO kind maken. Hoe graag u dat ook zou willen. Als ouders nu eens tevreden zouden zijn met de prestaties van hun kind. Als ouder moet je alleen klagen als de leerkracht, maar vooral je kind zelf, niet uit je kind halen wat erin zit.

Ik zeg vertel altijd het volgende verhaal aan de kinderen: Als je bij je gerboorte je hersenen zou kunnen kiezen, dan zou de VWO rij erg lang zijn. Alleen hadden we dan wel een probleem. Dan waren er geen kappers meer, geen vuilnisophalers, geen mensen achter de kassa. Die mensen hebben we ook hard nodig. Je moeder wordt er niet blij van als ik nu je haar ging knippen. Het gaat om het beste uit jezelf halen en een baan kiezen waar je iedere dag van geniet.

Als ouders dit ook zouden willen voor hun kind, dan is dat alweer een beetje minder druk voor leerkrachten.