Tussen de opnames door van een videoclip, in een mooie traditionele Limburgse bruine kroeg, maak ik een praatje met de kroegbaas. Op een gegeven moment vraagt hij mij, hoe oud ik ben. Een beetje vooruitlopend op de feiten meld ik dat ik 36 ben. (Eigenlijk is dat volgende week pas.) “Goh, dat is eigenlijk best al oud!” zegt de kroegbaas. Ik glimlach. Hij zegt het op de juiste manier. Niet sarcastisch, maar juist sympathiek en meelevend. “Ik ben eigenlijk ook al best oud”, gaat hij reflecterend verder. Er klinkt geen paniek in zijn stem. Het is een constatering. Ik ben niet iedere dag bezig met mijn leeftijd. En ik ben ook zeker niet iedere dag bezig met dingen doen, die eigenlijk bij mijn leeftijd zouden moeten passen. De kroegbaas vast ook niet. Maar soms is er gewoon even zo’n “ik-ben-toch-al-stiekem-best-oud-moment”. Het feit dat mijn favoriete wielrenner Fabian Cancellara drie jaar jonger is dan ik, daar kan ik soms moeilijk mee omgaan. Topsporters dienen in mijn beleving ouder te zijn dan ik. Daar moet je tegenop kijken. Later als ik groot ben…. Maar terwijl ik al mijn eerste schreden nam op de middelbare school, was meneer “Spartacus” waarschijnlijk nog ergens in Zwitserland als negenjarige sneuzel met speelgoed helicoptertjes aan het spelen!  Of andersom. Wanneer je gaat uitrekenen hoe oud je ouders worden dit jaar. Geboren in 1945. Dus dan worden ze beiden 69 dit jaar. Huh? Maar we hebben toch nog maar net vorige week gevierd dat ze vijftig werden, met van die Abraham en Sarah poppen in de tuin? Nee Mark, ook dat is alweer 19 (!) jaar geleden. En zo kan ik nog wel even doorgaan, denk ik. Zucht eens diep.  Paardenbloemen langs de kant van de weg, die “ik-ben-toch-al-stiekem-best-oud-momenten”. Niet uit te roeien. Gewoon rustig blijven, plukken en de pluisjes wegblazen! Dat brengt geluk.