In april 2012 ging ik niets vermoedend even op en neer naar Eersel om dochterlief bij de manege op te halen waar ze de zaterdagen doorbrengt. Kom je thuis, piept de droger, wil je die leeg halen, bemerk je dat je met je voeten in het water staat.
Je uit wat niet zo nette woorden en begint al flink te balen om de stoere man die juist vandaag een trainingsdagje in Duitsland heeft en blijkbaar het afvoer-/rioleringsprobleem toch nog niet helemaal verholpen heeft. Dan begin je vol goede moed met mop en emmer en vooral bijgestaan door twee stoere dochters om de boel op te dweilen (zoonlief zit veilig verstopt op zijn kamer zonder stem door zijn schoolkamp en lekker achter z’n laptop of tv). Vervolgens breekt de stang van de mop voor de zoveelste keer en natuurlijk op een nieuwe plek. Ingekort wil ik die alsnog gebruiken, breekt natuurlijk het voetpedaal van de emmer waarmee je de mop van water kunt zwierezwaaien … Dochterlief is zo beroerd niet en wil best naar het winkelcentrum fietsen om een nieuwe set te halen.

 

Maar wacht, het begint te hagelen. “Liefje, wacht echt nog maar even” zei ik terwijl de hel daarboven uitbrak. Het begon met hagelstenen en vervolgens begonnen de afvoerpijpen van zowel de vaatwasser als de wasmachine water op te geven. Het spoot omhoog. Ik greep in het keukenkastje naar droge doekjes om met mijn handen het water tegen te houden. Weinig kans op succes. Om mij heen kijkend zag ik een afsluitdopje. Met mijn ene hand balancerend op de afvoerpijp, draaide ik de andere afvoer dicht met een schroefdop. Nu hoefde ik mijn aandacht en energie nog maar op een kwaadaardige waterspuiter te richten. Dochterlief ging op zoek in de schuur. Girlpower! Voordat ze een dopje vond, hoorde ik gegil en gehuil, ze bleek wat buizen van bovenop een kast op haar bolletje te hebben gekregen. Oudste dochterlief schoot te hulp, en ik maar gillen en roepen met mijn handen vastgeklemd op de afvoerbuis. Onder mijn handen duwde het water, het wilde duidelijk naar buiten, omhoog onze bijkeuken in. Ik dacht daar anders over en hield vol. Dochterlief werd vervolgens naar de buurman gestuurd, die niet thuis bleek te zijn. Ik wilde niet loslaten voordat de druk onder mijn handen verdwenen was. Ik zag het al gebeuren, kortsluiting voordat het water via de achterdeur weg zou lopen. Niet dus, niet waar ik bij ben. Een minuscuul testje tussendoor bewees hoeveel water er op zoek was naar een uitgang. “Niet in mijn bijkeuken”, dacht ik wederom met mijn hand standvastig op de afvoer gedrukt. Ondertussen had ik al geprobeerd de uiteindelijk-gevonden-tweede-schroefdop op de afvoer van de inmiddels stopgezette wasmachine te draaien. Er bleek geen schroefdraad op de pijp. Oh ja, die had onze stoere man/papa afgezaagd om te vervangen door een langere pijp.

 

Langdurig heb ik op die dop geduwd om het water maar geen uitgang te laten vinden anders dan in de tuin waar de meiden al druk om beurten aan het scheppen waren want ook daar liep het over. Lekker belangrijk, dacht ik. Maar goed, op een onverwacht moment bleek de druk onder mijn handen verdwenen te zijn. De meiden waren inmiddels druk aan het dweilen met alle doekjes en oude handdoeken die ze konden vinden.

 

Terwijl ik nog stond te dweilen belde dochterlief haar papa met de mededeling dat hij maar moest zien hoe hij thuis moest komen. Hij werd niet opgehaald van zijn stoere training/leuke dag. Mama had het te druk met dweilen. Toen hij binnenkwam, afgezet door een collega, zaten we uitgeput bij te komen op de bank. We moesten nog eten maar keken even ter ontspanning naar de enige van toepassing zijnde film, namelijk die van Disney “Fantasia”, de oorspronkelijke versie met de Tovenaarsleerling. Als Mickey in slaap valt, lopen de bezemstelen almaar door met emmertjes water.  Hoe meer bezemstelen hij kapot maakt, hoe meer ze zich vermenigvuldigen met het water erbij. Het lijkt een zondvloed totdat de tovenaar zelf ten tonele verschijnt. Met een paar simpele gebaren verdwijnen de bezemstelen, de emmers en het water. Waar was onze tovenaar? Die was op training in Duitsland.

 

Terwijl ik het laatste water wegveegde, hoorde ik buiten de vogeltjes kwetteren. Net zoals in Fantasia als iedereen weer tevoorschijn komt als de storm voorbij is. Kortom, vandaag in onze bijkeuken beleefden wij onze eigen Pastorale van Beethoven. Wat wil je nu eigenlijk nog meer? Een mooier einde na een overstroomde bijkeuken is er niet behalve dan wanneer herhaling van die zondvloed wegblijft en er alleen nog die muziek resteert.