Petrus, de zoon van Jona, woonde met zijn vrouw en andere familieleden in Betsaïda, een dorp aan het meer van Galilea bij Kafarnaüm. Hij was visser van beroep. Samen met zijn broer Andreas en de twee zonen van Zebedeüs namelijk Jakobus en Johannes had hij een visserijbedrijf. Andreas was degene die Petrus aan Jezus van Nazaret voorstelde. Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes waren toen discipelen van Johannes de Doper. Bij zijn eerste ontmoeting met Jezus kreeg Petrus een andere naam van de Heiland namelijk Kefas wat vertaald wordt met Petrus. wat Aramees is voor ‘steen of rots’. (Johannes 1:43.)

Met Jakobus, Johannes en Andreas kreeg Petrus opdracht het wereldse te verzaken en in de voetsporen van de Heiland te treden. Toen het Eerste Quorum der Twaalf Apostelen werd gevormd, riep Jezus Petrus tot apostel, ordende hem en zond hem met Andreas uit om het evangelie te prediken. Petrus was degene die verklaarde dat Jezus de Messias was nadat de meeste toehoorders van Jezus de toespraak over het brood des levens hadden verworpen. Petrus was degene die getuigde dat Jezus was “de Christus, de Zoon van de levende God”. (Matteüs 16:16.)

Vrij kort na de toespraak over het brood des levens nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee op de berg der verheerlijking. Van een leek-discipel was Petrus tree voor tree de ladder van het geloof opgeklommen totdat hij het voorrecht genoot de berg te beklimmen en openbaringen van hemelse wezens te ontvangen, onder wie Jezus, Elohim, Mozes en Elia.

Van alle apostelen schijnt Petrus het meest onstuimig te zijn geweest. Hij schijnt vaak uit een opwelling te hebben gehandeld. In de opperzaal protesteerde Petrus heftig, toen Jezus hem met de verordening van de voetwassing confronteerde. In Getsemane sliep Petrus terwijl Jezus in hevige zielenstrijd verkeerde. Tijdens de arrestatie van Jezus was het Petrus die zijn zwaard trok en het oor van Malchus, de knecht van de hoge priester, afsloeg. Niet lang daarna ontkende Petrus drie keer dat hij de Heiland kende.

De bekering van Petrus was echter altijd oprecht en volledig. Hij had altijd de kracht en hij nam altijd het besluit de zelfde fout niet weer te maken. Dat Petrus door de Heer vergeven werd en door Hem niet te licht werd bevonden blijkt uit het feit dat Jezus op de dag van de opstanding aan de voornaamste apostel verscheen en Petrus de opdracht gaf: “Weid mijn schapen”. (Johannes 21:16.)

Alle ervaringen met Jezus zorgden ervoor dat Petrus de taak, waartoe hij in het voorbestaan was geordend, op zich kon nemen en na de opstanding van Jezus dienst kon doen als president van ‘de kerk van Jezus Christus’. De eerste twaalf hoofdstukken van de Handelingen bevatten een verslag van de standvastigheid van Petrus, wanneer deze geconfronteerd wordt met enorme tegenstand. Petrus was inderdaad een waar profeet van de Heer Jezus Christus.

Christus kende de diepste gedachten van de mensen en zag hun daden van geloof. Hij kende de mensen en toch koos Hij de grootste persoonlijkheid uit de twaalf, die de deugden, de machten en het leiderschap bezat, waarmee hij de kerk kon stabiliseren en de mensen ertoe brengen het Evangelie te aanvaarden en de waarheid te volgen. Zijn naam is Petrus en dit is mijn getuigenis in naam van Jezus Christus. Amen.