Rue Tesny, KlimClassic 14-5-2015, Hemelvaartsdag

Moeilijke, zware momenten tijdens het fietsen, het is meer regel dan uitzondering. Tijdens elke tocht heeft iedereen wel meerdere ‘slechte’ momenten. Alle fietsers kennen het; niet lekker meer kunnen zitten, kramp in de benen, pijn in de rug, brandende voeten, hongerklop, tintelende handen, oververhitting, onderkoeling en de meest voorkomende en moeilijkst te bestrijden strijd die geleverd moet worden; oorlog in de kop (Hoe ver is het nog? Wat doe ik hier? Ik kan toch gewoon hier stoppen? Wat gaat er nog komen? Waarom rijden die anderen nog zo makkelijk? Waarom altijd die wind erbij? Waar doe ik dit eigenlijk voor?). Toch, de opofferingen, de uren vol afzien en de pijn zijn het bijna altijd waard. Achteraf overheerst de trots en het voldane gevoel na een mooie tocht. Door de moeilijke momenten lijkt het geluk na afloop extra groot te zijn. Het is een mooi kenmerk van een fietser. Ze moeten mentaal sterk zijn. Of anders gezegd: ze moeten een beetje gek zijn, ze moeten in ieder geval onderweg toch een knop kunnen omzetten waardoor ze niet te veel nadenken. Als je echt nadenkt besef je dat het af en toe echt gekkenwerk is.

Alle momenten van afzien en alle momenten van pijn die me goed zijn bijgebleven vallen in het niet bij wat ik vandaag moet meemaken. Die momenten flitsen door mijn hoofd. Rondje Markermeer, windkracht 5, eindeloze dijken, geen fietser te zien. Gevreesde, mythische Italiaanse bergen als de Stelvio, Mortirolo, Gavia en Zoncolan. Luik-Bastenaken-Luik, 260km op en af. ‘Spaans vlak’ in de Spaanse zomerhitte. Afdalingen in de regen en sneeuw in Zwitserland. Onderkoeling waardoor je niet meer kunt remmen en schakelen en met een tintelend hoofd van je fiets moet worden geholpen.  Uit het wiel worden gereden in een Hollandse ‘waaierrit’. Alpe d’Huez beklimmen tijdens La Marmotte in de middaghitte.

Hemelvaartsdag. Het is de dag van de KlimClassic. Vertrek uit Maastricht en dan in zuidelijke richting België inrijden om de klimmetjes in de Voerstreek en Ardennen te kunnen trotseren. De eerste echte hindernis van de dag is Rue Tesny. Niet echt een bekende klim, maar de kenners weten dat het een uitdaging is. Slechts 1000 meter lang, maar de smalle, steile weg kenmerkt dit typisch Belgische kuitenbijtertje. Gemiddeld 12% en met een maximum van 22% is het voor iedereen die hier komt ‘harkend’ omhoog, of erger… lopend. Juist die steile klimmetjes liggen me wel, daar hou ik van, dus ik heb er zin in. Bij het inrijden van het dorpje hoor ik al wat gedoe. De bocht door zie ik wat er aan de hand is. Het schijnt in de toerversie van de Ronde van Vlaanderen altijd te gebeuren. Ik kon me dat nooit voorstellen dat het écht zou gebeuren. Ik zou daar ver van wegblijven. En dan hier gebeurt het tóch. Het is nog vroeg in de ochtend, dus er zijn nog grote groepen fietsers bijeen. Tientallen renners staan aan de voet van de klim stil. Er komen zelfs een aantal auto’s naar beneden rijden. Door de steile, smalle weg is het onmogelijk om weg te komen, dus zal er niets anders op zitten dan te gaan lopen. Ik lach een beetje en schud mijn hoofd een aantal keer. Daar gaan we dan. Het doet pijn. Veel meer pijn  dan welke fysieke uitdaging dan ook. Pijn omdat ik mezelf geen pijn kan doen. Ik weet meteen dat ik hier terug zal moeten komen. Om mezelf pijn te kunnen doen. De goeie pijn, om deze pijn te vergeten.