Het leek wel of het gesneeuwd had.  Ik keek uit mijn vensterraam en het voetpad en mijn straat waren verborgen onder een dikke laag.  Helaas, het was geen idyllische witte sneeuw.  Een dikke laag reclamebrochures mét promoprijzen  ontsierden mijn uitzicht. 

Verdomme hé!  Nog maar vorige week had ik den toer van de straat gedaan om natte doorweekte brochures op te rapen en in mijn zelf betaalde – niet goedkope –  vuilniszakken te smijten.  Zoiets kon ik zelfs niet meer bij m’n papier en karton steken want het was één hoopje natte brij geworden. En nu was het wéér zover. Tijd voor actie!

“Ge gaat toch niet agentje spelen?” , hoorde ik mijn vriend mompelen.  Ik schoot uit mijn krammen.  “Neen, ik ga dat gewoon zo laten.  En hopen dat één of andere goddelijke interventie ervoor zorgt dat die rommel hier allemaal vanzelf verdwijnt!  ’t Is net die attitude die ervoor zorgt dat de wereld naar de kl&*@#  gaat … onverschilligheid … een ander zal het wel doen.”

Ik haalde m’n laptop uit de schuif en schreef de gemeentediensten aan.  Of ze zo vriendelijk zouden willen zijn om eens langs te komen en iemands anders rommel op te ruimen.  Ik vond het zo erg.  Die mensen van de gemeente doen ook maar hun job en kunnen er niet aan doen dat iemand anders het niet doet…

En toen dacht ik.  Dàt is het!  Je weet wel, zo’n Eureka gevoel.  De reden dat die brochures keer op keer overal verspreid lagen was niet dat ik smerige buren heb .  De oorzaak is dat de distributeur van die foldertjes te lui was om ze te bussen.  En dat is dus nièt de post!  De persoon die deze foldertjes toevertrouwd krijgt gooit ze gewoon op ‘den dorpel’.  En dan waait het een beetje.  En dan regent het een beetje.  En dan krijg je dus een stoep vol met pap.

Mijn vriend vindt dus dat ik er niet zo’n heisa rond moet maken.  “Wat heb jij daar nu last van, dat je stoep vol viezigheid ligt?”, hoorde ik hem al grommelen.  “Gewoon… het is niet mooi!  Ik wil kunnen zennen.  Ik wil kunnen genieten van mijn uitzicht.  Ik wil naar buiten kijken en de bomen zien.  En ik wil zéker niet uitschuiven over de promoprijzen van den Aldi.”

Ik ben dus nog maar eens den toer gaan doen en heb toen uitgezocht van welke winkels die brochures waren.  En toen heb ik ze allemaal aangeschreven: Aldi, Carrefour, Cora…  Ik ben er werkelijk een halve dag mee bezig geweest.  De boodschap die ik hen heb meegegeven was dat telkens ik hun folder op mijn trottoir zou vinden in plaats van in mijn bus, dat dat een week zou zijn dat ik mijn aankopen zeker niet zou plannen in hun winkels.  Het heeft effect gehad.

Ze mailden me bijna allemaal heel snel en beleefd terug: Carrefour, Aldi…  en ze hielden woord dat ze er iets aan zouden doen. En nu ik uit mijn raam kijk: ZEN… vogeltjes… bomen…een papvrij trottoir.  Bijna allemaal…behalve Cora.  Daar zijn ze waarschijnlijk mijn Vlaamse mail nog aan het vertalen naar het Français en vragen ze zich af wat de uitdrukking ‘sluikreclame’ betekent