Vandaag kregen acht collega’s van me te horen dat ze ontslagen werden. Ik werk als grafisch vormgever bij een bedrijf dat zich Media Factory noemt en hoofdzakelijk bestaansrecht ontleent aan het maken van kranten. Voor de die-hard vakbroeders klinkt het woord ‘krant’ wel erg plat en zij spreken liever over bladen. In dit geval zelfs weekbladen of huis-aan-huis bladen.

Het zijn die plaatselijke ‘glossy’s’ waarin je tussen de schreeuwerige en vaak spuuglelijke advertenties door met een beetje geduld een redactioneel artikel kunt vinden. Niet dat je heel veel mist als je door de wirwar van slogans, aanbiedingen en uitroeptekens per ongeluk een artikel over het hoofd ziet, want qua nieuwswaardigheid komt het meestal niet verder dan: “Fanfare verliest trompet” om een week later in een volgende editie te lezen dat de trompet toch in een vergeten koffer zat. Op een enkele verveelde bejaarde na schuift iedereen het huis-aan-huis-blad, nog keurig opgevouwen, linea recta door naar de doos met oud papier.

Maar toch, zolang de krantjes bestaan, moeten ze worden gemaakt en daar waar ik werk, maken we er enkele tientallen per week. Dat leek jarenlang goed te gaan maar nu de gedrukte media steeds meer wordt verdrukt door ‘digitaal’ en de eurocrisis wild om zich heen slaat, lijkt alles wat ‘krant’ heet een langzame dood te sterven. Mijn collega’s en ik zien de bui al een hele poos hangen, horen het gerommel van onweer steeds dichter naderen en vandaag was zo’n dag dat de bliksem bij ons insloeg.

Acht collega’s die ooit dachten te kiezen voor een degelijke carrière in de grafische sector. Aan wie ooit is verteld dat ze een vak moesten gaan leren want anders zou je, zoals mijn moeder altijd op dreigende toon sprak, putjesschepper worden. Die acht mensen hebben vandaag te horen gekregen van mijn baas dat het hem erg spijt, maar dat hij niet anders kan. En dat geloof ik oprecht.

En toch knaagt en vreet aan alle kanten bij mij het gevoel van onrecht. Dat kranten plaats maken voor websites en apps is een logische ontwikkeling en niemand te verwijten. Maar dat de mogelijkheid om in te spelen op die ontwikkelingen de pas wordt afgesneden door een crisis, veroorzaakt door wanbeleid van banken en politiek, is haast niet te verteren.

Het gegoochel met hypotheekjes, het door de vingers ziende toezicht op banken, het blinde fanatisme waarmee de eurozone moet worden uitgebreid, de bedriegende oplichterspraktijken van overheden (nee hoor, heb niets tegen Grieken persoonlijk), de financiële noodplannen die ons op ondemocratische wijze door de strot worden geduwd om diezelfde overheden in het zadel te houden;
alles is terug te voeren op de corrupte, zelfverrijkende ambities van volgevreten krijtstreeppakken en mantelpakjes die zichzelf voordoen als hoeders van de samenleving, maar alleen uit zijn op zelfbehoud. Behoud van baantjes, privésecretaresse, benzineslurper met chauffeur, villa’s, vakantiepaleizen, vijf sterren-etentjes, pornofeestjes met minderjarige callgirls. Kortom, alles wat een gemiddeld mens gelukkig maakt.

Ik verheug me nu al op de komende verkiezingen in september. De aanvallen op wegloper Wilders die inmiddels door het zenuwtrekje met zijn lippen de zin ‘tegen Europa’ z’n bek niet meer vloeiend uitkrijgt. En dan hopelijk in een 1-op-1 debatje met die andere zenuwlijer Tofik Dibi, die onophoudelijk met z’n ogen knippert. En anders stekkerdoos Jolanda Sap die haar Groen Links-ziel verkocht heeft aan het lenteakkoord. Wat een kostelijk schouwspel zal het weer zijn.

De mantra’s zijn nu al tenenkrommend: Over een toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen en dat we daarom nu zo fors moeten ingrijpen. De noodzaak van steun aan siësta-landen en dat we vooral de eenheid van Europa moeten bewaren. Helaas kun je van eenheid niet vreten. Van een baan wel. Ik word putjesschepper.

 

Pieter

Binnenkort meer, ook op http://pieterluttigheden.webnode.nl/