Verbaasd zit ik me af te vragen hoe het toch mogelijk is dat we in deze overgeïnformeerde maatschappij niet in staat zijn adequaat vooruit te kijken. ‘Regeren is vooruitzien’, een antiek gezegde waar toch zeker een kern van waarheid in zit. Je moet vooraf kunnen inschatten wat er zal gebeuren als een bepaalde ontwikkeling zich voordoet. En dat inschatten zou op vandaag niet heel moeilijk moeten zijn, aangezien alles en iedereen in kaart gebracht wordt. Van iedereen, ook van u en ook van mij, is wel zo’n beetje alles bekend. Hoeveel geld we verdienen, hoeveel geld we uitgeven, of en hoeveel we sparen. Waar we ons geld verdienen, waar we het uitgeven, of we beleggen of juist helemaal niet. De overheid weet alles van ons. Ook onze gezinssamenstelling. Of we getrouwd, samenwonend, gescheiden zijn, of we kinderen hebben en hoeveel, of hoeveel kinderen we van plan zijn te gaan hebben. De overheid weet dat soort dingen van ons, tot in detail.

Hoe is het dan in vredesnaam mogelijk dat scholen niet kunnen voorzien dat leerlingenaantallen zullen afnemen, en wel op een zo drastische wijze dat er ingrijpende maatregelen getroffen moeten worden om de kosten te drukken? Elk jaar weer, aan het einde van het schooljaar, wordt de spanning tastbaar binnen het werkveld. Leerlingenaantallen blijken tegen te vallen voor het komende schooljaar. Leerkrachten worden daardoor vrij plots geconfronteerd met een voortijdig einde van hun carrière. Andere leerkrachten worden eindeloos aan het lijntje gehouden met tijdelijke contracten – er zijn gevallen bekend waar dat al meer dan tien jaar lang wordt volgehouden. Dat zou juridisch niet mogelijk moeten zijn, maar het is de realiteit. Gangbare praktijk. Jonge leerkrachten blijven eindeloos rondhangen in vervangerspools, dooddoeners voor de motivatie. Er zit geen toekomst in het beroep, maar dat schijnt niet zo erg te zijn want het is een beroep waar je voor kiest uit liefde voor kinderen. Tenminste, dat moet wel. Want zonder veel liefde voor het vak hou je het geen tien jaar uit op de onzekere en lage inkomensbasis die deze sector te bieden heeft. Aangezien er nog steeds leerkrachten zijn die u en mijn kinderen dagelijks lesgeven, moet er ergens nog een motivationele drijfkracht aanwezig zijn. Maar die zit, vermoed ik, in het hart van dezelfde leerkrachten.

Kleinere scholen redden het niet, hebben een dusdanig laag aantal leerlingen dat sluiting onvermijdelijk is. Leerlingen verdelen zich na zo’n sluiting over andere scholen in de omgeving, de leerkrachten worden middels regelingen of prépensioenen naar huis gestuurd, of in het gunstigste geval op een andere locatie tewerk gesteld. Tsja, we moeten allemaal flexibel zijn in tijden van nood. Maar als straks alle kleine scholen zijn gesloten, de middelgrote scholen amper overleven met minimale middelen, en de grotere scholen met een minimum aan leerkrachten de te grote klassen moeten zien te bestieren, wat blijft er dan nog over van het ooit zo geroemde onderwijsklimaat?

Ik daag de heren politici uit eens een verklaring te geven voor het feit dat de sociaal-demografische gegevens, die toch verwoed verzameld worden in dit land, niet ingezet worden om adequaat te handelen. Waarom het onmogelijk lijkt te zijn de juiste conclusies te trekken uit de bevolkingsgroei en ontwikkelingen als werkloosheidsgroei daarmee vóór te zijn. We leven in een land waar de regeerders vanaf hun zachte pluche geen tijd hebben om vooruit te zien. Ze zitten te punniken op de vierkante millimeter en ondertussen verliezen ze de greep op wat er werkelijk aan de hand is. ‘Regeren is vooruitzien’ is verworden tot ‘Regeren is het nakijken hebben’.